Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 472

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 472

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1903—1904.

470

Regeering daarin niets anders kunnen zien dan eene handeling van de met het oog op de verklaring, dat de zaak principieel Kamer, die haar uit den aard der zaak niet aangeaan de orde zal worden gesteld

naam kan

zijn.

Handelingen,

Mijnheer

de

De

Voorzitter!

Roessingh,

heer

geachte

voorgesteld,

het

heeft

afgevaardigde alsof

door

120

blz.

uit

mij

— 121.

Emmen,

in

de

mijn rede

hedenmorgen beweerd zou zijn, dat door den Christus, toen hij den eed zwoer voor Cajaphas, in strijd zou zijn gehandeld met zijn Tegenover die voorstelling zij opgemerkt, dat over de eigen leer. uitlegging van de woorden „uw ja zij ja en uw neen zij neen", zoo oud als de Christelijke kerk is, tweeërlei opvatting heeft bestaan dat ook nu nog de Christelijke kerk, zoowel in haar Roomsch-Katholieken van

;

haar Grieksch-Orthodoxen, Lutherschen, Engelschen,

als in

Hervormden

en, wil men nog. Gereformeerden vorm, van meening is, dat de dezen morgen daarvan gegeven opvatting onjuist is, en dat die als juist

gepredikte

van

het

opvatting inzicht

theoloog geacht

ten

eener

mag worden de

Dogmengeschichte

lijke

allen

kleine

te

tijde

alleen

groep.

De

geweest heer

is

de uitdrukking

Roessingh,

die

als

Christelijke kerkhistorie en de Christe-

kennen,

zal

wel

gevoelen,

dat

wat door

rede is gezegd, ook zóó kan uitgelegd worden, verkondigde opvatting van de door Christus gesproken woorden weerlegd achtte door de daad van dien Christus. En waar tweeërlei explicatie van mijn woorden mogelijk was, zou ik meenen, dat de Christelijke beginselen, waarvan de geachte afgevaardigde heden-

mij

mijn

in

eerste

dat ik de hier

morgen sprak juist

hem

bijzonder eigen, er toe moesten leiden, mij niet

kwaadste motief toe te dichten. geachte afgevaardigde, de heer Smidt, heeft ook nu zich bepaald

het

De tot

als

het hier aanhangige voorstel en het

Mijns

inziens

nationalen

tijd,

amendement en

heeft zich niet

van eene schriftelijk niet voorbereide discussie. wordt het op den langen duur een verspillen van den wanneer schriftelijk niet geprepareerde discussiën gevoerd

begeven op het gladde

ijs

worden, zooals gisteren en heden hier het geval was. Waar er zooveel te doen is en de Regeering er prijs op moet stellen, ook iets afgedaan te krijgen, meen ik een woord van waarschuwing te moeten doen hooren tegen deze discussiën, die tot niets leiden dan tot het ventileeren van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 472

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's