Parlementaire redevoeringen - pagina 8
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
6 op
ons land, dan
oogenblik in
dit
is
— 1902.
de uitdrukking niet
sterk, dat
te
de algemeene toestand in velerlei opzicht tot dank stemt. De geachte spreker heeft nog aan het slot zijner rede met zekeren klem gezegd, dat het thans het plan der Regeering is, weer de zuigder arme
pomp op de zakken dubbeltje
staat althans
niets
van
arbeiders
Eene gansch
pompen.
te
uit
te
zetten
gratuite
en er het
bewering
is
laatste dit.
de Troonrede, dat de Regeering besloten
in
Er is,
voor te stellen, die arbeidersklasse zouden drukken. Ik geloof plaats de eerste juist in de daarom, dat het beter is, de discussie ook over dit onderwerp, door den geachten afgevaardigde even aangestipt, uit te stellen totdat wij bij de begrooting ook van andere zijde daarover debat zullen krijgen.
Ten
slotte
kom
ik tot deze
opmerking, dat de Regeering vuurgeschut
Het
liet.
sterkst
van
versterking tafel
zou
zijn
het
Staten-Generaal
door den geachten afgevaardigde gemaakte dit alles
zou doen
in
hoofdzaak
om
snel-
denken dat men de meerdere
Dit zou het allerjammerlijkste zijn, dat zich
men
welke
middelen,
deze
te krijgen.
de
aan
invoerrechten
zoodanige
protest daartegen uitgaan,
zocht op militarisme.
te
zamelen, alweder besteden ging In [:antwoord hierop
duidelijk uit te spreken, dat de
Regeering
wensch
niet
tot
van minder dan de ik
geachte spreker betreurt eiken penning, die aan de algemeene middelen
voor dit
de landsverdediging moet onttrokken worden, maar evenzoo, dat
Ministerie overtuigd
is,
dat,
zoolang Nederland een zelfstandige Staat
op iederen
wil blijven,
op Nederland,
man
gewone leven rust, nl. om, waar de mogelijkheid van aanworden bestaat, ook te zorgen, dat hij de middelen bereid
in het
gevallen heeft
een
te
om
als
zich te verdedigen.
volk, dezelfde plicht rust, die
Ons vaderland
eisch te doen gelden, een eisch
desnoods,
als
het
er
Wanneer
vergieten.
heeft als zoodanig op ons ook op den geachten spreker, om
op aankomt, zijn bloed voor het vaderland te eenmaal het standpunt is, waarop onze wet
dit
is, zelfs zijn leven voor het vaderland te van de Regeering onverantwoordelijk zijn, de manschappen van Nederland in het veld te zenden tegen een vijand, die goed bewapend is, indien niet vooraf door haar gezorgd was, dat ook onze troepen gewapend werden op eene wijze, die hen in staat stelde, met gelijkheid van wapenkracht tegen den vijand te ageeren. Handelingen, blz. 55 56.
staat,
nl,
geven,
dat het ieders plicht
dan
zou
het
—
Mijnheer de Voorzitter! De geachte afgevaardigde uit Lochem heeft een woord gesproken, waaruit de schijn zou kunnen ontstaan, alsof wij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's