Parlementaire redevoeringen - pagina 84
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901—1902.
82
om op
haafden op het oogenblik, dat de overheid tegenover hen stond, het schavot hoofd en lichaam te scheiden.
Ook op Hij
de tarief-quaestie
geëindigd met
is
stond,
vast
nadere
dat
de geachte afgevaardigde teruggekomen.
is
zeggen, dat het door
te
aanwijzing in
hem
bepleite a priori
overbodig was.
cijfers
zijn
goede houden, dat, waar hij zich zoo sterk beweren door cijfers beslist weersproken wordt,
niet
terug
mij
ten
houd.
beweerde,
Hij
wel de
dat
invoer
uitliet
ik
zoo
Hij zal
en toch
die cijfers
Duitschland
in
maar dat men er bij in het oog moest houden, dat de klimming te danken was aan de toeneming van de bevolking in Duitschland. Wanneer ik dus aantoon, dat per hoofd van de bevolking aldoor
de
gestegen
van
opbrengst
gestegen
is,
geklommen
was,
dat
de in
zij,
invoerrechten van elke vijf tot vijf jaar zóó 1873 per hoofd van de bevolking 2.16 Mark, nu
9.40 Mark, geloof
ik, dat daarmede cijfers geleverd op dit punt pertinent weerspreken. Wanneer men de absolute cijfers van den invoer neemt, wordt er geen rekening gehouden met het klimmen der bevolking, maar dit is wel het geval wanneer men de rekening per hoofd maakt. zijn,
tot
is
die
zijn
beweren
zal
die
geheele
Ik
lijst
op tegen hebben,
De
dat
van
U
repliek te lang ophouden.
deze
cijfers niet
lijst
voorlezen
;
dit
zou
bij
eene
Mijnheer de Voorzitter, wel
zult er.
niet
de Handelingen wordt opgenomen.
in
geachte afgevaardigde heeft ook in verband met de tariefquaestie
opgemerkt, dat blijkbaar den schrijver van de Memorie van Antwoord ontgaan was, dat na 1894 verlaging van zelf
het
is
bekend,
dat
die
tarief
verlaging van
had plaats gehad. Hem onder andere op de
tarief,
graanrechten, dien invloed heeft gehad, dat het recht van 5 laagd
van
op 3,50 Mark. Antwoord, waarop is
zijnerzijds
niet
schreef,
geïgnoreerd.
De
is
vol
te
Daar het
hij
houden,
geachte afgevaardigde
dit
in
feit
Mark
ver-
de passage van de Memorie
oog had, gememoreerd wordt, is het het door hem, die de Memorie
dat
uit Tiel,
de heer Tydeman,
is
wederom
terug-
gekomen op wat
hij noemde uitgaan op informatie, en hij heeft gisteren, nogmaals daarop aandringende, gezegd, dat hij zoo doende mijn voorbeeld
eene rede, gehouden in 1897, dezelfde uitdrukking voegde er bij, dat ik gezegd had, dat het 't recht die informatie te vragen. Ik heb die rede nog eens
slechts volgde, wijl ik in
had gebezigd, en
hij
Kamer was, om nagelezen en metterdaad stond er de uitdrukking, dat ik op informatie uitging. Maar waarnaar? Hij ging uit op informatie naar den inhoud van der
toekomstige wetsontwerpen en het recht is
hem
ontzegd.
In de rede,
waarop
hij
tot
het doen van die informatie
doelde, ging ik echter niet
op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's