Parlementaire redevoeringen - pagina 557
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
,
De niet
S.
D. A. P.
eene goede zijde
door mij erkend.
niet de Arbeiderspartij.
is
dan antwoord
is,
Voor zoover
ze
en daarover
liciit
bevestigend
ik
555 dit
:
is
altoos
oefenen op behun optreden veelsMaar wanneer men zins te waardeeren. gisteren nog van den hoort zeggen heer Schaper och, die menschen zouden er graag een beetje Staatscommunisme voor over hebben, als ze maar wat centen kregen .... toestanden
staande
het
is
:
(De heer Schaper gij
ontsteken,
—
—
Als
negatieve critiek
goed
:
Ik heb van centen niet gesproken).
(De heer Troelstra
ook wel zeggen „guldens".
wil ik
vindt,
:
Het
is
doen
te
om hun
brood
te
verschaffen,
verzorging, geen voldoen aan hebzucht.)
Zij het zoo, te
zeggen
is
juist
:
voor brood
is
—
laat ik
om
Dit standpunt nu,
toch geld noodig.
het beginsel geef ik prijs,
dan zeggen voor brood
door ons. Calvinisten, steeds bestreden en wij
zijn
nooit
— met
deze opvatting meegegaan.
De
geachte afgevaardigde zegt, dat
hij
staat:
„Gij kunt ons
en bajonet, maar alleen
door zedelijke
eene rede, die ik vroeger gehouden heb. volk
niet
regeeren
met sabel
de „Maranaiha'" gelezen heeft,
Daarin
middelen." Zouden de heeren nu meenen, dat ik daarover thans anders
denk? als er
Natuurlijk heb ik met die
een oproer uitbrak,
men de
woorden ook toen
niet bedoeld, dat,
opstandelingen niet moest terugslaan,
op sabel en bajonet haar gezag doet Maar wat heeft de steunen, zelf valt en het volk niet verder brengt. Regeering gedaan? Zij heeft begrepen, met de Strafnovelle juist te kunnen voorkomen, dat met sabel en bajonet opgetreden zou moeten worden. En dat dit gelukt is, is duidelijk want toen de Eerste Kamer de Strafnovelle 's Zaterdagsavonds heeft aangenomen en zij geteekend
maar
dat de Overheid, die enkel
;
was,
heeft juist dit gemaakt, dat de staking geheel
bezweken
Men
is.
gebeurd
nu waag ik het niet meer. Er is dus ook door de Regeering, steeds op den voorgrond gesteld is. De sabel ultimum remedium. Vraagt men mij, waaraan de sociaal-democraten hun invloed toch danken, dan mag er allereerst wel op gewezen worden, dat die invloed Wij niet zoo groot is als zij beweren. De heer Troelstra heeft gezegd
zeide toen:
wat
door
neen,
mij,
juist
wat
:
zijn
de georganiseerde arbeiders.
Voorzitter!
Tot
zijn
partij
Het
behooren
heeft er niets van, Mijnheer de allerlei
geleerde heeren,
mannen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's