Parlementaire redevoeringen - pagina 91
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ONCHRISTELIJKE BEGINSELEN van
klove
ons
zulk
eene
niet
meer
valt te
IN
VOLKSLEVEN EN WETGEVING.
89
en opvatting, dat er over die zaak
inzicht
redeneeren.
In dat alles ligt eene sterke aanranding van het huisgezin; eerst wordt de verhouding aangerand tusschen man en vrouw, dan de verhouding tusschen ouders en kinderen. Daardoor ontstaat steeds meer vrees voor eene losrafeling van de banden, die ons maatschappelijk In de Ongevallenwet hebben wij leven behooren samen te houden.
Daar
gezien.
datzelfde
de
is
werkman
den
en
patroon
organische
band,
moet bestaan en
die
het Evangelie
— metterdaad
wanneer de heeren het maar lezen willen den voorgrond is gesteld, zóó aangetast,
werkman en
schen
maatschappelijk die inderdaad
men voor
verkeerende,
een slechte raadgeefster
met
onze
onderlinge
optreden
om
Wanneer
die
ons
is
Maar wat was mogelijkheid,
:
de
:
zeggen, dat de vrees
nu mogen
wij niet langer
voortgaan, en moeten wij gezamenlijk
op zich
zelf
beschermen?
te
had gestaan, zou men
want
het zal zulk eene vaart niet loopen,
het
dat
geval?
het
dat
begrijpelijk, dat wij, in
men dan
gezegd hebben
,
verschijnselen
bemerken,
heeren
volkomen
laat
en ons volk tegen dat kwaad
misschien gezegd hebben
de
—
geschillen
land
reeks
—
dergelijke reeks van
de toekomst wilde, ons ongerust maakte,
het dan niet
is
nieuw terrein van het
En wanneer eene
zorg inboezemde.
toestand
is
naar onze overtuiging op eene wijze,
aangetast,
ons zorg inboezemde,
een
—
zoodanig op
dat daarvoor in de plaats
Daar werd een
patroon.
leven
openbaringen van wat zulk
als
publiekrechtelijke verhouding van den Staat tus-
dubbele
eene
gesteld
den
tusschen
die in
Bij
linkerzijde
ons hindert, de
stembus
versterkt
en,
dan gold
wat
doen
het
zij
als
niet.
ook de
natuurlijk
deze denkbeelden
en, wanneer zijn. geworden ware geweest, zou de strijd banger voor ons De geachte afgevaardigde, de heer Schokking, heeft dezen morgen er op gewezen, dat achter deze vraagstukken nog andere vraagstukken liggen en voornamelijk het veel diepere vraagstuk van het gezag. Dat
betreft,
verscherpt,
hier
in
de
Kamer zou terugkomen,
dat het geval
vraagstuk
is
hier
in
groote constitutioneele
Kamer aan de orde
deze strijd
Prinsterer gevoerd werd.
massa niet veel maar een kleine kring
geweest,
vandaar
partij
althans
Groen verzamelde. Waar gekomen is, en dit kwaad, gelijk
aarzel
tot
om
gekozen;
dat
zich
daarvoor die
strijd,
ik het niet
noemen, langzamerhand doorgesijpeld is naar die binten, die gebouw samen houden, en waar de maatschappelijke en betrekkingen door datzelfde kwaad werden aangetast, is het
te
het maatschappelijk relatiën
rust
de
In dien strijd heeft ons Christenvolk in zijn
groote
tijdelijk,
toen
tusschen mr, Thorbecke en mr. Groen van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's