Nabij God te zijn - pagina 279
AL WAT GIJ DOET, DOET DAT VAN HARTE ALS DEN HEERE.
man
die ploegt en zaait, de
werkman
die
271
timmert of met-
de moeder die haar kroost of haar huis bezorgt, kort-
selt,
om
man
ieder
vrouw, in welke levensstelling ook ge-
of
God werkzaam, maar
buiten
nooit
plaatst,
altoos in zijn
schepping en in zijn dienst.
Dan is het zijn nabij God, dan is de gemeenschap met den Eeuwige, de verborgen omgang met den Kenner der
harten,
een
niet
maar de adem des
welriekende geur
naast
levens zelf, die uit heel
uw
het leven,
leven u tegen-
geurt.
In
alles
ge dan
zijt
blijde,
omdat
uit alles en in alles
de majesteit en de genade uws Gods u tegenademt.
In alles bidt ge dan, niet met de lippen, maar met het hart, lijk
omdat ge
van
u, bij
wat ge ook
doet, zoo diep afhanke-
Almachtigheid gevoelt.
zijn
In alles dankt ge dan, omdat elk slagen vrucht van
genade
en
is,
elke
meerder genade, Ja, niet
tot
ge doet dan slaafsch,
niet
tegenspoed
ten
doel
heeft
hooger krachtsinspanning van harte,
alles
enkel
d.
i.
om
u,
zijn bij
te prikkelen.
niet wergtuigelijk,
omdat het moet, maar
willig en
gaarne, omdat ge het alzóó in zijn dienst moogt volbrengen.
En
zoo
is
Godsvrucht ge doet,
stil
den Hee
het
dat
ge tot een existentie komt, waarin
en plichtsvervulling één
re.
en rustig naby
uw God
zijn,
omdat ge al wat moogt a 1 s
zgnde, doen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's