Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 138

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 138

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

130

2.

Hfst. III. § 6l.

HET HUMANISME. Maar anders werd dit, woord kwam, en in

mantel van Aristoteles had toegeëigend. toen

Petrarca's

mannen

als

Conrad

Celtes,

kroost

geestelijk

aan het

Peter Luder, Jacobus Wimpheling, Johannes Agricola,

Alexander Hegius en Johannes Reuchlin een

keurkorps leverde, dat straks onder den vorstelijken schepter van

Erasmus een nieuwe aera zou inwijden. Voor deze

Desiderius

mannen toch was de wereld van oud-Griekenland en Keizers geen

der

historisch

meer,

blijspel

genot wierd opgevoerd, maar een eeuwige

de phantasie van het Christendom dat

Niet,

aanstonds

ze

in

dat

philologisch.

philosophisch,

niet

Tegenover de

die ze voor

de plaats wilden

stellen.

de oude pantheïstische philosophie

aan

veel

te verschaffen.

meer

aesthetisch-

Christelijke religie, die in de mijn

neigde hun zin er

gegraven, in

was

neiging

Rome

zucht naar

uit

realiteit,

den triomf over het Christelijk Theïsme poogden

Hun

het

den

toe,

vorm

te

had

verheerlijken,

het juist besef, dat de classieke wereld juist op het stuk van

den vorm tegenover het Christendom het sterkst stond.

Meer dan de schoone

hen daarom

waarin oud-Griekenland geschreven en gezongen

en bittere wrevel vervulde hun hart tegen de barbaarsche

had, dictie et

Aristoteles' diepzinnige theorieën boeide taal,

en den spitsvondigen toon der toenmalige doctores artium

theologiae.

van

taal

Ze voelden

zich

in

en uitdrukking de

de kracht,

ouden op

zij

schoonheid

in

te streven,

en waren

voor den inhoud van hun gedachte ten deele onverschillig, mits de schoonheid van den vorm maar schitterde en blonk. Dit was het wapen, dat door hen gewet wierd, om het geslacht hunner tijdgenooten

zemen,

en

weerzin

voortbrengselen der

de Christelijke literatuur in te boe-

tegen

omgekeerd ze

te

met verrukking voor de Ze lieten daarom de Kerk voor

bezielen

clussiciteit.

wat ze was, maar deden aan de Christelijke wereld den oorlog aan door hun aanval op de Universiteiten. Die moesten in oud classieken zin herschapen, en de ecrenaam van wetenschappelijk

man

voor eens

en voor

verbonden worden. en

drong daarom

mysterie

Gods,

bij

altijd

aan den humanistischen leertrant

Bedoelde de

Christelijke

de Christelijke studie

hen stonden de

in

geest

de Divina.

de diepte van het

Humana op den

voorgrond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 138

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's