Parlementaire redevoeringen - pagina 300
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
298
de hoogere burgerscholen
op
onderwijs daarin
het
verbeteren,
te
bij
mij steun zal vinden.
Handelingen,
Mijnheer de Voorzitter
waar op
papier,
572
— 574.
Ik begin met mijn verontschuldiging aan te
!
bieden aan den laatsten geachten spreker. Ik had
maar het
blz.
stond,
zij
kwam
vraag opgeteekend,
zijn
mij
op dat oogenblik
niet
voor de oogen. Wat de vraag betreft, of ik volhard bij het denkbeeld, om, indien de resultaten van de eventueel te benoemen Staatscommissie te lang op zich laten wachten, in geen geval uitbreiding aan de hoogere burgerscholen te geven, kan ik antwoorden, dat ik verwacht, De dat de resultaten van die Staatscommissie spoedig zullen komen. geachte dit
om
afgevaardigde heeft,
het tegendeel te bewijzen, gezegd, dat
eene groote commissie moet worden, en
alsof het er
op aangelegd was, het scheepje
Hij bedoelde niet,
gevolg zou zeil-,
zal
zijn.
dat
Maar
het
ik
het
is
opzettelijk
hij
in
zou
heeft het voorgesteld,
de lange vaart doen,
maar
te
brengen.
dat
het
't
mijn bedoeling, dat het scheepje niet een
maar een stoomschip zal zijn en ik hoop, dat de zaak spoedig klaar komen. Maar wel wil ik zeggen, dat, indien het mocht
te lang op zich laten wachten, moeten worden overwogen, of niet hier of daar voorziening noodig is. Aan den anderen kant moet echter dit op den voorgrond staan: Het is mogelijk, dat de commissie zich zal uitspreken voor een denkbeeld, dat van onderscheiden kanten geopperd is, namelijk om de hoogere burgerscholen met 3-jarigen cursus niet meer zóó in
blijken, dat
zeer
zeker
te richten, te
de resultaten dier commissie zal
als zij
thans ingericht
eischen van de daar aan
ging met de aanstelling van
mannen, en
die uitsluitend
wien dus
alle
zijn,
en dus ook
andere diploma's
men nu
toch voort-
die naar mijn inzien eenzijdig ontwikkelde
voor één diploma
generale
om
Als
te stellen leeraren.
in
één vak gewerkt hebben,
ontwikkeling ontbreekt,
spoedig de vraag moeten hooren,
waarom daarmede
zou niet
men dan
niet
gewacht werd?
Ten slotte nog eene opmerking ten opzichte van het gesprokene door den heer Ter Laan. Ik zou den geachten afgevaardigde wel eene vraag willen doen en hij zou mij genoegen doen door daarop een pertinent antwoord te geven. Heeft het niet in uw bedoeling gelegen, van de Regeering te vragen, dat ieder, die kostelooze toelating begeert, die ook
zal
ontvangen,
en
is
het
u
metterdaad
voldoende, indien maar
bepaald wordt, dat daar, waar zich meerderen aanmelden dan waarvoor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's