Kuyper-gedenkboek 1907 - pagina 79
57 is 't, dat den goddelooze gena bewezen wordt; 't gebied van Gods gerechtigiieid, de booze
Vergeefs
bespeurt en ondersciieidt het niet; drijft
hij
in
't
het onrecht onverdroten
land waar
God
zijn
gunstgenooten
heiige rechten doet verstaan;
zijn
hij ziet, schoon 'talles om hem henen van louter heillicht wordt beschenen, des Heeren Majesteit niet aan.
zien niet, dat uw handen zeegnend strekken over 't Volk, dat zij bestonden aan te randen en dat Gij, dondrend uit uw wolk, met hemelvuur hen zult verteren
De boozen zich
en tot de helle toe verneêren,
wraak voor wie Gena verkoos.
uit
O
Heer, Gij zult ons vree bestellen
en haastig ons Gij, die
ter
hulpe snellen,
ons liefhebt grenzenloos.
Heer, onze God, ach, andren heeren
behalven
(J
heeft onze knie
gebogen, en wie deed ons leeren, dat Gij alleen de Heer zijt ? Wie dan Gij alleen ? Wanneer zij sneven, zoo wekt hen niemand meer ten leven "t Is daarom, dat Gij de afgoon treft en, over de asch van hun gebeente, op 't eeuwigdurend rotsgesteente
Uws Naams
banier ten Hemel
heft.
Heere, woudt dit volk vermeêren. Vermeerde 't slechts Uw eere maar 't Viel af; Uw hand verstrooide 't, Heere, ter weerszij van den evenaar. En in benauwdheid riep ons harte, gelijk in barenswee haar smarte Gij,
;
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 500 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 500 Pagina's