Parlementaire redevoeringen - pagina 479
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
;
DE EEDSQUAESTIE.
477
handen van den voorzitter, maar, gelijk dat moet bij den burgemeester, in handen van den Commissaris van de provincie; en in de tweede plaats, dat hier niet staat: „om tot lid van den raad te worden benoemd". Wanneer dus dezelfde woorden blijven voor den burgemeester en straks voor den secretaris en den ontvanger, dan weet ik niet, in hoever er hier nog toelichting noodig is. Ik meen, op de mij gedane vraag niets anders te kunnen antwoorden, dan dat het de bedoeling is, den eed en de belofte in te voegen zooals in art. 39 de vergadering
in
voorgeschreven.
is
aanleiding er
Ging
trekken.
te
dit
zoo, dan zou ik toch willen vragen, welke
kunnen
zou
mij
daartoe
ik
mijn
werkelijk
het
Is
voor
doel
bestaan,
dan
over,
zou
thans
het
ware geweest, eene
het
artikel in te
den schijn hebben, of
principieele
wijziging aan
brengen.
Wat
van art. 7? Dat er verwezen wordt 87 van de Grondwet. Dit artikel geldt uitsluitend den facultatieven eed, terwijl in art. 65 een obligatoire eed staat. Van meet af aan is de bedoeling geweest, den zuiveringseed verplichtend te laten dit doel wordt geheel bereikt door het voorstel. Dit ook in antwoord naar
de
geheele
bedoeling
art.
uw
op
is
vraag. Mijnheer de Voorzitter
Nu
nog de quaestie over, zijn godsdienstige gezindheid" ook op den zuiveringseed zouden slaan. Eerst komt de ambtseed en daarna de zuiveringseed, waaromtrent niets naders wordt bepaald, maar het is altijd de bedoeling geweest, dat wat voor den ambtseed geldt ook gelden zou voor den zuiveringseed. De zaak kan dus niet anders worden opgevat dan zoo, dat de zuiveringseed zoowel voor den burgemeester als voor den secretaris en den ontvanger obligatoir zal zijn. Handelingen, blz. 130. !
blijft
of de woorden: „op de wijze van
Het amendement wordt verworpen met 47 tegen 41 stemmen..
Mijnheer de Voorzitter! Ik
zal
strekking, het eerst behandelen.
eigen verzoek"
is
ontslag
met
het
persoon
oog
en
vraagt
op eene
eventueel
is.
dat
van minder verre
uitdrukking: „overeenkomstig
Het
is
zijn
van
men met Januari gemaakt wordt, want, het voor den betrokken
toch mogelijk, dat
daarvan misbruik
andere betrekking,
dikwijls
op den dag, waarop
Wat de andere
De
laatste quaestie,
bedoeld niet alleen op het ontslag, maar ook op den
termijn, die aangevraagd zijn
de
is
veel belang, dat
hij
1
zijn
ontslag krijgt
het gevraagd wordt.
vraag
betreft,
veroorloof ik mij deze opmerking.
De
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's