Parlementaire redevoeringen - pagina 444
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
442
gezegd, dat ik haar uitsloot, maar ik heb beweerd, en
volhouden, dat
Om
meen
dit te
mogen
dat zelve doet.
zij
wat onder „de zedelijke moet worden verstaan. Op den voorgrond sta hierbij, dat er, ook bij velerlei verschil van meening op allerlei gebied, toch eenige zedelijke beseffen, zedelijke grondbegrippen zijn, die door mannen van de meest verschillende partijen beaamd en beleden worden. Wanneer, om een voorbeeld te geven, in den jongst gevoerden strijd een deel van hen, die tot de liberalen gerekend worden, steun verleend hebben aan hetgeen door de Regeering gedaan of voorgesteld gelijk de spreker zich dat voorstelt dan is dat niet geschied is, om politieke motieven, maar dan moet die steun worden toegeschreven te
dit
begrijpen,
gemeenschap van de
aan
de
is
het noodig, te weten,
natie"
omstandigheid,
dat
—
—
bij
dat deel der liberale partij de zedelijke
grondbeseff'en en grondbegrippen nog identiek zijn met de zedelijkheids-
en
beseffen
allen
-begrippen,
die
door belijdende Christenen worden voor-
Doch, indien er eene groep
gestaan.
misdadig wordt genoemd, slechts
den lande
in ziet
die in
is,
wat door
een misschien ten deele foutief
aangelegd, doch overigens geoorloofd en plichtmatig bedrijf, dan
mede uitgesproken,
dat die groep niet
besef en begrip, hetwelk nog uitzonderingen, het
voor
voeren dan
geen
de natie
bij
tegenspraak
vatbaar,
het algemeen,
in
dat
hier-
met kleine
Zóó nu beschouwd,
waargenomen worden.
is
voelt dat zedelijke in zijn
die
groep
zich
schijnt
daardoor
gemeenschap van de natie, maar een debat over een zedelijk oordeel met de zoodanigen niet te is en tot geen conclusiën kan leiden. Immers zou men
metterdaad ook, dat
zal
meer
eerst
sluit
die
buiten
zedelijke
die zedelijke
grondbeginselen, die
moeten bespreken. Maar dan zou men komt aan de Academie, maar dat niet behoort
zedelijke
beseffen zelve,
een debat krijgen, dat te pas in
eene vergadering der
Staten-Generaal.
Tegenover het oordeel van misdadig heeft gehandeld, kan
ik mijnerzijds alzoo alleen
mainteneeren
de
dat
van
de
overtuiging,
den
heer Troelstra,
er
dat de Regeering
even krachtig
omgekeerd misdadig is gede hier bedoelde woeling hebben juist
van hen, die onderhouden en uitgevoerd. De Regeering heeft toen nog maar alleen met het oog op de eerste op 25 Februari spoorwegstaking de redenen opgegeven van dit haar oordeel zij heeft uitgesproken in klare, wel doordachte woorden, waarom en op welke gronden dat bedrijf door haar geoordeeld werd misdadig te zijn. Sinds is het nog veel erger bedrijf van April gevolgd, waardoor de
handeld
aangelegd,
geleid,
zijde
—
—
Regeering
uit
den aard der zaak
;
in
haar oordeel over het zedelijk gehalte
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's