Parlementaire redevoeringen - pagina 570
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
568
met deze zaak wordt omgegaan, maar dat er bezwaren aan verbonden zijn, waarover men niet maar eenvoudig
dat allerminst luchthartig
veel
kan heenstappen.
De
heer Troelstra heeft het mij min of meer euvel geduid, dat ik van de
Met een enkel woord behoort
kleinheid van zijn partij heb gesproken.
gesprokene A. P.
worden
te
Deze
verduidelijkt.
statuten lezende, ziet
De quaestie
men, dat
ligt in
zij iets
het
de statuten der S. D.
eigenaardigs hebben, dat
geen andere partij voorkomt. Daarin staat toch, dat de vereeniging zelve De Sociaal-Democratische Arbeiderspartij. Men lette op dat woord heet bij
:
„vereeniging". craten, bedoelt
Wanneer hier gesproken wordt van de vrijzinnig-demomen natuurlijk niet eene afgesloten partij, waarvan men
kan zeggen, dat zij uit een zoo en zoo groot getal leden kortom voor alle andere staatkundige partijen. Maar dit geldt niet voor de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij. Deze toch is niet wat wij noemen eene partij, maar eene vereeniging. In de statuten eveneens
niet
Dit geldt
bestaat.
wordt
in
in alle
verdere artikelen van de partij.
is
art.
of 2 dezer vereeniging gesproken van vereeniging en
1
De
sociaal-democratische partij
dus eene bepaalde vereeniging, waarvan
men op één na weten kan
hoeveel leden ze zooveel
uit
dat
heeren,
heb
die partij
zooveel dames en
uit
uit
ik gezegd, dat
bestaat
zij
een deel arbeiders, maar
daarin op verre, verre na niet zijn georganiseerd de arbeiders van
De
Nederland. zijn
En van
telt.
partij
is
geachte afgevaardigde
mag en kan dus
de organisatie van de arbeiders
in
niet zeggen, dat
Nederland, dat
zij is
de
georganiseerde arbeiderspartij. Dit heb ik willen zeggen en ik wijs daar
nogmaals op, omdat, naar het beeld, dat de
Kamer
niet
beteekenis van vereeniging
Wat
de
strijd
voortzetten. „uitgelokt".
schijnt, zijn
op de hoogte
tegenspraak berust op het denk-
is,
hoe het met
zijn
partij in
de
staat.
over de beginselen
betreft, dien zal ik thans niet
Alleen wensch ik nog even terug Daarmede heeft de heer Troelstra
te
komen op
niet alleen
het
verder
woord
eene zware,
maar ook eene ongeoorloofde beschuldiging tegen de Regeering gericht, deze de staking zou hebben uitgelokt. Wanneer iemand zoo iets beweert, dan is het ook zijn plicht, dit te bewijzen. En als dit bewijs niet geleverd wordt het is ook niet te leveren en zelfs de alsof
—
—
poging
is
leveren,
nagelaten,
heb
om
dan
een eenigszins naar bewijs zweemend betoog
hem
te
op te wijzen, dat dit niet zijn oorspronkelijke opvatting was, maar dat hij met zijn verwijt achterna is gekomen, ten einde de schuld op de Regeering te kunnen werpen? Daarom heb ik gezegd: „indien gij van den aanvang af gemeend hebt, dat de Regeering de staking wilde uitlokken, dan hebt gij getoond als ik
niet
het
recht,
er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's