Parlementaire redevoeringen - pagina 188
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
;
;
ZITTING 1902—1903.
186
hem
hetwelk
wel
zou,
men ook
verschrikt, en dat, wat
brengen eer het
te
is
altijd
iets
Zoo
slaapt.
op zou
te
geloof
vinden
ik,
zijn
zegt,
maar
dat er, wat ik
om
te
niet tot rust
ook zeggen
zeggen: nu
ja,
dat
is
nu wel verklaard, maar men kan toch nog zooveel doen achter de hand, al is hier ook eene pertinente verklaring afgelegd. Waar ik vermoedde, dat eene dergelijke vraag tot mij zou komen, er thuis eens over nagedacht, hoe eene dergelijke verklaring moeten worden afgelegd, zóó, dat er per slot van rekening redeIk zal mij daarom lijkerwijs niets meer tegen zou te zeggen zijn. woord, maar eene een geïmproviseerd ditmaal niet bepalen tot schriftelijke verklaring, die ik te voren heb opgesteld, afleggen, over-
heb ik
zou
tuigd zijnde, dat mijn geachte
hetgeen ik daarin verklaren
ambtgenooten volkomen zullen bevestigen
zal.
wensch dan te verklaren: noch eenig verdrag is gesloten, noch het sluiten van eenig verdrag is voorbereid, noch ter voorbereiding van eenig verdrag eene enkele schrihuur gewisseld is, noch eenig officieel of officieus woord is Ik
dat
gesproken dat ooit
noch in den Ministerraad, noch onder de Ministers persoonlijk ook maar met één enkel woord eenig plan, eenig denkbeeld van
alliantie ter
wat
dat,
sprake mij
is
gekomen aangaat,
zelf
;
ik
met eenig staatsman,
noch
in
Den Haag, noch over de
met eenig lasthebbende van eenig staatsman, één enkel woord over welke alliantie ook gesproken heb; dat al wat daarover verhaald is rust op pure fantasie en ten deele grenzen,
voort
gekomen
is
uit
of
politiek opzet
en eindelijk, dat
het bewind van oordeel is, dat er noch gegevens, omstandigheden aanwezig zijn, die het voor de Nederlandsche Regeering raadzaam of geoorloofd zouden maken, van de dusver gevolgde
noch
gedragslijn af te wijken.
Het
mogelijk,
is
nog
toch
kwaam,
in
iets
de
dat
de
geachte
afgevaardigde
zeggen
zal,
dat er
aan hapert, maar dan verklaar ik mij volkomen onbe-
HoUandsche
taal
eene verklaring, die doel zou kunnen
treffen, af te leggen.
De dit
geachte afgevaardigde, de heer Schaper, heeft
—
er
zijn
ingenomenheid
mede
—
en ik waardeer
betuigd, dat de verklaring in de
Troonrede omtrent de toestanden in het land, ditmaal gespeend was Hij moest op zich zelf erkennen, dat de uitdrukking, die in de Troonrede gekozen was, bevredigen kon, maar toch en [dit doet mij weer leed — meende hij, dat hij met die uitdrukking
aan optimisme.
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's