Parlementaire redevoeringen - pagina 329
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
327
RISICO-OVERDRACHT.
de vennootschap gevestigd is, en dan zou het niet-uitkeeren van de panden onzerzijds aanleiding geven tot een geding tusschen degenen, die het opeischen, en de Bank. Ik zal hierop niet verder ingaan, maar meen genoegzaam te hebben aangetoond, dat hier eene bepaling ten opzichte in de wet voorkomt, die op binnenlandsche toepasselijk is. Daarop afgaande, is het mijn indruk geweest, dat buitenlandsche naamlooze vennootschappen wel niet met name zijn uitgesloten, zoodat per se de bepalingen van art. 52 der wet op haar niet van toepassing zijn, maar dat de vraag, of hier ook buitenlandsche vennootschappen kunnen zijn bedoeld, beslist moet worden door het antwoord op de vraag, of bij de verdere bepalingen van de wet blijkbaar ook gedacht is aan
van
de
maatschappijen
of vennootschappen
niet
op
buitenlandsche,
maar
alleen
buitenlandsche vennootschappen. is
Met
oog op de geciteerde bepalingen
het
er zeer ernstige twijfel gewettigd, of metterdaad buitenlandsche vennoot-
schappen zouden kunnen worden toegelaten. Daar deze quaestie intusschen niet bij den rechter komt, maar administratief moet worden beslecht, doet het mij genoegen, het gevoelen van de geachte afgevaardigden vernomen te hebben, omdat het voor de Regeering van het hoogste belang is,
om
aanvragen
bij
verzekeringsrisico
het
aan eene buitenlandsche
mogen overdragen, eene juiste beslissing te kunnen nemen. De geachte afgevaardigden uit Goes en Zutphen hebben de vraag
maatschappij
ter
sprake
te
gebracht,
aangezien
ol,
de wet eene
uit
niet te
loochenen
concurrentie voortspruit tusschen de Rijksverzekeringsbank en de maatschappijen, die risico's kunnen overnemen, van de zijde van de Bank
wel
gehandeld
altcos
willendheid,
geachte
die
is
met
die
men aan een
afgevaardigde
uit
neutraliteit,
Rijksorgaan
Goes
aandacht
de
heeft
die
als eisch
onpartijdige
mag
stellen.
gevestigd
op
wel-
De de
circulaire van het bestuur der Bank, d.d. 17 October 1901, en heeft daarbij medegedeeld, dat in dit stuk, onderteekend door den voorzitteruitdrukking voorkomt, die hem, al is zij formeel directeur, eene
misschien
correct,
niet
van
bedenking
vrij
Dit
scheen.
is
de eerste
onder de oogen komt. Wel heb ik een soortgelijk stuk in de courant gezien, doch niet deze door den heer Lohman overgelegde circulaire, onderteekend door den voorzittenden
maal,
dat
directeur.
mij
deze
circulaire
Deze zaak
daarin niet gekend.
is
De
geheel buiten mij
Departement van Binnenlandsche Zaken lede door de praktijk geregeld wordt.
directeuren van de
om
geschied.
heeft mij
Bank en
het
er eene, die eerst van liever-
Onnatuurlijk
is
het niet, dat de
zijn, hun eigen weg te gaan en daarbij van hun doen en laten te dragen. Dit
Bank geneigd
bereid, de verantwoordelijkheid
is
Men
de
geheele verhouding tusschen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's