Parlementaire redevoeringen - pagina 627
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
HooGER Onderwijs. moest
625
aan de patiënten overgelaten worden, door wien
het
zij
wilden
worden behandeld? of
Nu
dus voor eigenaardige moeilijkheden.
stond
Ik
over,
mogelijk zou
een hoogleeraar
bleef de vraag
benoemen, die èn de allopathische èn de homoeopathische geneesmiddelleer kon onder-
men
verplicht
hoogleeraren zij
niet
zijn,
twee meeningen mede
is,
te
de dogmengeschiedenis, die
in
te
vakken komt
Ik achtte dit niet onmogelijk; in allerlei
wijzen. dat
het
deelen.
Men
het voor,
heeft bijv.
enkel mededeelen wat
niet
maar ook wat anderen daaromtrent belijden. Op zich dan ook, dat daartegen geen bezwaar kon bestaan, maar daarover in onderhandeling trad, moest ik toch zekerheid
zelf gelooven,
meende
zelf
ik
alvorens ik
hebben
van
het
bestaan
van
personen, die met eere zouden kunnen
optreden en geneigd waren, eene benoeming aan onjuist,
namelijk
dat
heb
is
niet
En
;
dat
wenden lag het
ik
geen tot
nu
nader
contact
juiste opvatting
nemen. Het
is
dus
Vlugt, meent,
met de medische faculteit vermeden van de zaak. Integendeel wilde ik mij
college, eer ik iets
dit
niet
te
Van der
wat de geachte afgevaardigde, de heer
voor de hand, dat
had
om ermede
te
bespreken.
ik toen in briefwisseling trad
met
de eenige vereeniging, die mij kon voorlichten aangaande deze zaak, de
Vereeniging voor Homoeopathie reid
gevonden, mij inlichtingen
op
gevestigd
onderscheiden
Nederland? Die vereeniging is begeven en door haar is mijn aandacht
in
te
personen
in
het
buitenland, uit wier ge-
maar ook op ander waren mannen, die werkelijk eene eer voor de Leidsche Universiteit zouden zijn geweest. Maar nu stuitte ik juist bij die mannen op het bezwaar, dat zij, om de uitnemendheid van hun kunde, zoodanige praktijk hadden en over zoodanige positie beschikten, dat het denkbeeld, voor f 4000 's jaars Toen naar Leiden te komen, hen als vreemdelingen niet toelachte. werden mij andere namen genoemd, maar ik weigerde, zelfs maar in eenige ernstige gedachtenwisseling te treden over mannen, die geen genoegzamen wetenschappelijken naam hadden. Het aangegeven denkbeeld heb ik dus moeten laten varen, en nu ik daarvan heb afgezien, sta ik voor de vraag, hoe wij er toe zullen kunnen komen, de geneesmiddelleer, overeenkomstig den wensch, die ook door den heer Van der Vlugt is geuit, van de schouders van prof. Nolen af te
schriften,
medisch
niet
terrein, mij
nemen en
op
alleen
toch
homoeopathisch
gebied,
bleek, dat onder hen
niet
voor Leiden een privilege
te
scheppen, dat geen
van de beide andere Universiteiten bezit, nl. om een leerstoel te hebben Ik zoek dus op het oogenblik uitsluitend voor de geneesmiddelleer. naar zoodanige combinatie, dat ik een hoogleeraar kan voordragen aan
40
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's