Parlementaire redevoeringen - pagina 563
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
God
uit het
Staatsrecht geëcarteerd.
561
worden samengenomen, dan wordt uiteraard gedoeld op hun onderlinge verhouding, dan is het de vraag, of de Overheid en
burgerij
bij
de
zich
zoo
Gods
gratie
regeert en of
men
zoo erkent, dat de burgerij
dit
om Gods
haar conscientie verplicht acht,
in
wil die Overheid te de band, die altoos de burgerij en de Overheid aan elkander heeft gebonden en het is de losmaking van dien band, die de revolutie beoogt.
gehoorzamen. Dit
als
te
wilde
ik
den
al
staat
—
erken
de quaestie. Dit
is
Memorie van Antwoord zelf was dus het antwoord op de vinden. Evenwel geel ik toe, dai het zou kunnen schijnen
de
In
vraag
is
ontwijken, indien ik het hierbij
strijd
het niet in die
woorden
doelen, dat er eene levensbeschouwing
van
—
van
is
Neen,
liet.
wel degelijk óók
liberale zijde
te
ik
be-
en ook ecne
en dat die twee levensbeschouwingen metterdaad zijn. Wil dit zeggen, dat daarom in de liberale
socialistische zijde,
van
los
niet
welke
in
gemist wordt?
recht
het
ook over het recht bestaan, die zekere de sociaal-democratische beschouwingen over In het minst niet. Maar aan den anderen
denkbeelden
bezitten,
stabiliteit
kant
elkaar
geen
kringen
ik
cijfer
niet
weg,
dat
Thorbecke
in
deze
Kamer
de Fransche
revolutie als de groote revolutie en als het uitgangspunt der vrijmaking
en dat
verdedigd,
heeft
wel
degelijk
Dit
wil
wordt
in
geheel de liberale wereldbeschouwing 1789
gerekend
niet zeggen, dat
als
de aanvang van het moderne leven.
men daarom
in liberale kringen algemeen het gebeurde ook na 1789, van 1793 en volgende jaren, goedkeurt of instemt met de leuze ni Diea ni maitre. Neen, maar wel, dat in het Staats-
rechtelijk
stelsel,
eene
wijze,
recht
uit
het de
die
God
door de mannen van die strooming opgebouwd op voor het formeele vaak lof verdient, toch nimmer het wordt afgeleid en het nooit zóó wordt voorgesteld, dat
God
hand van
is,
die ons aan het recht bindt.
Er
Tegen de
religie
onder hen athëisten, maar ook anderen, knielen voor God. Doch zoodra zij aan het Staatsrecht
staan niet alle liberalen.
zijn
nog wel toekomen, wordt wèl over de religie, maar nooit over God gehandeld. Dan wordt God altoos uit den opbouw van het Staatsieven geëcarteerd. En ik beweer, dat de sociaal-democraten niet alleen dit ook doen, maar hierin nog eene schrede verder gaan. Ik zeg niet het allerverst, want de die
zijn in vele opzichten nog achterlijk bij hen, die nog verder vooruitloopen op de paden van anarchisme en nihilisme; maar wel zeg ik, dat volgens het sociaal-democratisch systeem de geest
sociaal-democraten
alle
zelfstandige
product niet
de
van
actie
mist
oeconomische
heerschappij
heeft
en de geestelijke evolutie niets :stoffelijke
over de
stof,
beweging,
en
maar de
stof
dat
is
dan een de
geest
over den geest.
36
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's