Parlementaire redevoeringen - pagina 555
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
,
De Christelijke liefhebben
u
als
Welnu,
zelven."
juist
ethiek.
553
de combinatie van die beide,
namelijk de handhaving van het gezag en de zorg voor de verdrukten
en hulpbehoevenden onder het volk, uitgewerkt en
enquête
is
in
het
program van
de staking toegepast. Het gezag
dit
Kabinet
gehandhaafd en de ingesteld. Volkomen kan ik mij vereenigen met den heer Bos,
is
bij
is
is het streven om bij hoogere ontwikkeling van de lagere standen ook allengs de levensconditiën dier standen, voor zooveel het kan, te verbeteren en hun daardoor ook eene vrijere positie
die zegt, dat niet te stuiten
in het leven te
maar zuiver
verschaffen,
—
welke
lijke ethiek is het,
program
—
midden overeenstemming met de Christeeenerzijds het gezag te handhaven en anderzijds en
anti-revolutionair
om
die zijn zal, laat ik in het
in
schrijven die veranderingen en sociale hervormingen, welke eensdeels de ontwikkeling van het volk kunnen bevorderen, ook door het technisch onderwijs, en anderdeels te hulp komen in den noodstand, welke onder de lagere bevolking bestaat.
in zijn
In den breede
hang, dien
is
de heer Troelstra ingegaan op den genetischen samen-
meent, dat tusschen
hij
de liberalen,
;
hem en de
Het onderzoek naar
nairen bestaat.
verboden
te
hij
erkende
het, zijn
socialisten,
hij
hierin
Katholieke zijde herhaaldelijk en op
met de Kerk
dat het breken
welke
ontstaan,
worpen en
tot
ten slote alle
culmineering
thans
Dat
allerminst.
stem
is
hier blijkbaar niet
wel de geestelijke vaders van
maar hun grootvaders zijn de Calvinisten. Formeel heeft volkomen gelijk. Wanneer hij vraagt, of niet van Roomsch-
de
hetgeen
liberalen en de anti-revolutio-
het vaderschap
toe,
dat,
de is
is
in
allerlei wijze in
het licht
is
gesteld,
de 16de eeuw eene beweging heeft doen
banden van het gezag over boord heeft gegekomen in de Fransche revolutie en in
sociaal-dernocraten bedoelen, dan
weerspreek
intusschen niets dan de foimeele
zijde der zaak.
men de Gereformeerde
als
ik dat
Ik
schrijvers over Staatsrecht
eeuw leest, bijv. Languet, Brutus, Hottomannus, de epistülae Magdenhurgenses en het ontwerp, dat toen gemaakt is voor enkele steden in het zuiden van Frankrijk, men dan ziet, dat ze toen in de regeling van dat Staatsrecht zelfs zeer ver zijn gegaan. Van uit
de
die
zijde
17de
is
inderdaad
toen
zelfs
de volkssouvereiniteit op den voor-
opmerking ten goede, dat, nog niets vordert. Volkszich zelf als vorm van Staatsrecht nergens in de Schrift verboden. Alle schrijvers, hetzij van Roomsch-Katholieke, hetzij van Gereformeerde zijde, hebben er nooit anders over gedacht dan dat grond geschoven.
Hij
volkomen souvereiniteit is op al
de
is
dit
drie
hetzij
de
vormen van
houde
waar,
mij echter de
hij
daarmede
Staatsrechtelijke inrichting, hetzij de monarchale,
aristocratische, hetzij de democratische,
—
de democratische,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's