Parlementaire redevoeringen - pagina 371
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
STAKINGSWETTEN. werden
zij
kwaad en begonnen aan mijn kleederen
mijn patroon vandaan
bij
369
te
Mijn patroon,
halen.
trekken
te
dit
ziende,
is
om
mij
daarop
een agent van politie gaan waarschuwen ... In dit oogenblik was het, dat een mij onbekend man uit die menigte, en dus ook waarschijnlijk een stakend loodgieter, die achter mij liep, met moedwil een stomp met zijn vuist in mijn rug gaf en vervolgens met zijn vuist een stomp tegen mijn kin."
(De heer Troelstra:
Wij spreken over het maken van nieuwe
strafbepalingen en wat de Minister voorleest
is
reeds strafbaar).
de laatste spreker een oogenblik geduld had gehad, zou hij antwoord op die tegenspraak reeds gehoord hebben. Ik laat mij intusschen niet weerhouden even verder te lezen: Indien
het
„Het bij
geen bijzonder ernstig
is
feit,
maar
het teekent den weg, die
dergelijke overredingen in den regel gevolgd wordt:
men
het kleine en
het
half
laatste
gebleken,
met het groote.
zijn er vele
jaar
men
begint met
—
en
Amsterdam
—
Bij alle stakingen
geweest, vooral
te
Na
geen middelen van dwang worden ontzien.
er
dat
eindigt
in is
het
gewone geweld komen
er misdrijven van allerlei aard; er zijn talrijke van mishandeling, bedreiging, openlijk geweld tegen personen en goederen, opruiing en weerspannigheid. Meermalen ziet men het
gevallen
gebeuren,
soms
dat,
in
het klein, als het
ware eene
drijfjacht
organiseerd op de ongelukkige slachtoffers, die niet bereid
wordt ge-
zijn,
zich te
Een voorbeeld van zulk eene drijfjacht in het klein heb Het betreft een getuige, een timmermansknecht, die was tijdens de staking van de loodgieters. Deze verklaarde het
laten overreden.
voor
ik
hier
op
straat
volgende:
begreep
mij.
„zag dat
ik,
eene
ik
volksmenigte
op
die
gracht en
stakende lood- en zinkwerkers waren.
dit
al
aanstonds Ik hoorde
nou de Nes in, dan vallen juist in de flank"; daarop kwam men weer op den Voorburgwal, we maar ik bevond mij intusschen meer nabij den Grimburgwal. Op eenmaal hoorde ik schreeuwen „onderkruiper, onderkruiper", doch voor ik daar
enkele van .
.
het
volk zeggen: „loopen
jelui
.
kwam, had
ik gezien, dat
de beide troepen aan den hoek der Barberstraat,
waren, een man tusschen zich in gekregen waar gehoord had, was ik nieuwsgierig, hadden en daar ik den naam van wien men bedoelde, daar mij zoowel ... als diens knechts allen bekend ze
bijeengekomen
.
zijn.
Ik
zag
geslagen werd
dat ;
.
.
.
.
.
door verschillende personen uit die volksmenigte zich om hem heen gedrongen en toen hij zich, 24
men had
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's