Parlementaire redevoeringen - pagina 602
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903
600
— 1904.
beoordeeling twee maatstaven, vooreerst wat elders, in dien aard bestaat en voorts andere laboratoria in ons van het buitenland, natuurlijk in het oog gehouden worden, waarvoor moet eigen land. Daarbij het laboratorium niet alleen nu, maar ook in de toekomst zal moeten dienen. Maar gelijk ik zeg, ik wil deze zaak gaarne nog in overweging nemen.
men voor de
heeft
geachte afgevaardigde heeft ook gevraagd,
De
terrein noodig
men
Sloopt
en
staan
De
is.
reden
is
deze.
Op
waarom
zulk een groot
het terrein staat eene
villa.
dan heeft men terrein over. Maar laat men de men het laboratorium er naast, dan kan de
deze,
plaatst
villa villa
met voordeel gebezigd worden voor bureau's. Als zou dat eene bezuiniging geven, daar de villa in den koop begrepen dan zal overigens het overblijvende terrein villa staan, Blijft de
wellicht is,
is.
genoeg
nauwelijks groot
met weelde
niet
De
is
zijn
voor het laboratorium.
geachte afgevaardigde schijnt
gebouw
te
eene
is
te
dat
vreezen, dat met „het beoogde doel"
mijn plan
ligt,
naderhand toch zulk een groot
was bedoeld. De uitdrukking „het de Memorie van Antwoord niet in dien zin
beter geweest, die uitdrukking niet te bezigen, als
opvatting aanleiding gevende.
onjuiste
slordigheid
haaste
in
echter in
Het ware
eene
blijkt,
stichten als aanvankelijk
beoogde doel" gebezigd.
Hieruit
gehandeld.
wordt gemeend, dat het
tot
mogelijk
dit
is,
Het mag
maar de geachte afgevaardigde
bewerking wel
begrijpelijk achten.
zijn,
zal dit bij
Wanneer
hij
dat het
de over-
mij overigens
toch een groot gebouw te zetten, beproeven zal, het personeel op andere wijze onder dak te brengen en eerst dan, wanneer gebleken is, dat dit niet gaat, met een ander plan zal komen. Dus blijft ook de Kamer meester van
vraagt,
of het in mijn bedoeling
antwoord
ik,
ligt,
dat ik eerst ernstig
het terrein en
zij
kan, als
Mijnheer de Voorzitter!
zij
dat wil,
De
ook dan deze zaak nog tegenhouden. Handelingen, blz. 837.
geachte spreker heeft opgemerkt, dat het
deze niet de practische maar de principieele bezwaren zijn, die het zwaarst moeten wegen. Ik ben dit geheel met hem eens, maar ontken, dat ik op grond van het door hem genoemde principieele bezwaar in deze niet zou mogen handelen als is voorgesteld. Het bestaan van het principieele bezwaar betwist ik juist. In overeenstemming met het principe, dat in onze wetgeving geldt, is de zorg voor de volksgezondheid opgedragen aan de gemeenten. Wanneer hier de zorg voor de gezondheid aan de gemeente werd ontnomen, zou er strijd ontstaan. Maar wat geschiedt, wanneer de gemeente
in
zorgen
moet,
op
een gegeven oogenblik,
bij
het uitbreken eener be-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's