Parlementaire redevoeringen - pagina 133
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
SCHOOLBOUW.
—
131
dat die kinderen niet eene even goede van den heer Ketelaar school moeten hebben, eene school, waar zij niet aan hygiënische gevaren zijn blootgesteld, maar ik beweer, dat het Rijk hier geen eischen moet stellen. Deze moeten gesteld worden door de ouders, door de besturen dier bijzondere scholen en door de eigen conscientie. Men
fout
wanneer men de zorg
moet,
ook behoorlijk
,
dier
kinderen op zich neemt, de school
inrichten.
Wanneer de geachte afgevaardigde nu dan antwoord digde
Dat wil
ik:
gemakkelijk spreken, het
heeft
zegt, dat dit niet altijd het geval
is,
maar de geachte afgevaargeld vloeit hem toe wanneer er
ik wei gelooven,
;
dan stroomt het geld terstond uit de gemeente- en de Rijkskas. Wij daarentegen moeten tobben om de middelen voor de Men moet het niet voorstellen, bijzondere scholen bijeen te krijgen.
iets
noodig
is,
minder zorg dragen, maar wij staan voor onmacht en onverEr zijn dingen, welke ik overtuigd ben, dat een meer vermogend man beter zal hebben ingericht dan de heer Ketelaar in zijn
alsof wij
mogen.
Moet men
particulier leven.
goed voor
zich
de ander kan
Thans zal,
rest
Ik
nog één punt, dat
mij
gesproken
De Waal
Melchers,
denk er
den breede behandelen Daarover is op zeer heeren Pompe van Meerder-
ik niet in
ieder
aan,
niet
door
de
Malefijt,
De Ridder en Van
waarop
kwam
rekening
op den streng
—
—
de
toen
de
mogelijk dat
de
ging
den
uitvoeren,
voor mijn
der wet
geest, zooals de geachte
Zwaag het dat men dan
Van der
Minister dat deed
volgen in
Ik .heb gemeend, dat, als ik de wet
heb geplaatst. heer
der Zwaag. te
het kort aangeven het
ik in
uitvoering
leerplicht eens sterk aanschroefde, in
afgevaardigde
zeggen,
mij
ik
op den voet
heeren
dier
hun breede beschouwingen, maar wel wil standpunt,
als
het niet.
hij
wijze
belangrijke
daaruit afleiden, dat de heer Ketelaar niet
zorgt? Integendeel, zeer goed, maar zóó goed
de uitvoering der Leerplichtwet.
namelijk
voort,
zelf
om
wilde, niet
ten
de wet onmogelijk
haar
en
zoo
onrechte zou te
maken en
onder het publiek meer weerzin en wrevel tegen haar op te wekken. Omgekeerd, wanneer ik de wet slap uitvoerde, dan zou ik blootstaan aan de beschuldiging, dat
ik
er
de
oorzaak
van was,
dat
zij
geen
Daarom was ik van meening, dat ik goed zou doen, in deze reactionair op te treden en te vragen, hoe mijn geachte ambts-
effect had. niet
voorganger,
begonnen
te
die
zelf
leiden.
de wet hier heeft voorgedragen, de uitvoering is En nu is de weg, waarlangs deze de zaak was
begonnen, zoodanig, dat
hij
in
den beginne zeide
:
men moet
niet te hard-
handig optreden, maar zooveel mogelijk geleidelijke invoering zoeken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's