Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 654

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 654

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1903—1904.

652

van morgen vóór tien uur heenging, waren de ambtenaren pas aankomende. Ik dank den geachten afgevaardigde intusschen voor zijn opmerking; indien de feiten zoo zijn als hij ze heeft meegedeeld, dan zijn ze tegen de bedoeling van de wet in gepleegd. In de twaalfde plaats heeft

men

gevraagd, of de positie van den open-

als ambtenaar alleen gebonden was op school, dan wel of men ook dan captie tegen hem kon maken, wanneer hij, na volbrachten schoolplicht, dingen sprak of deed, die de vraag deden rijzen, of hij daardoor de waardigheid van

baren onderwijzer zoo was, dat

gedurende

zijn

hij

dienst

De

een onderwijzer wel ophield.

dat de onderwijzer de grootst

stelling,

moet hebben

voor

uiten van zijn gedachten, wanneer hij dit doet buiten zijn schooldienst, onderschrijf ik maar ik spreek van de grootst mogelijke, en dat woordje „mogelijke" wijst op een grens niet van hetgeen hij zou kunnen maar van hetgeen hij mag doen. En ik meen te mogen zeggen, dat het denkbeeld, alsof op hetgeen de onderwijzers buiten de school doen nooit captie mocht gemaakt worden, in strijd is met het algemeen standpunt van onze wetten en speciaal van de wet op het lager onderwijs. In onze geheele wetgeving is aangenomen, dat ook op het gedrag van ambtenaren gelet kan en moet worden, zelfs bij hoogstaande ambtenaren. De geachte afgevaardigde uit Leiden, die als hoogleeraar aan het hoofd van de wetenschappelijke ontwikkeling staat, weet, dat zelfs een hoogleeraar wegens wangedrag ontslagen kan worden en niemand zal dit zóó verstaan, dat dit slaat op wangedrag op de colleges. Die bepaling geldt ook ten

mogelijke

vrijheid

het

;

;

opzichte

van

aarzelen

te

de

onderwijzers

erkennen,

dat

een

bij

het

Niemand

lager onderwijs.

onderwijzer

ontslagen

kan

en

zal

moet

wanneer hij niet in, maar buiten de school in verrevan dronkenschap verkeert of moedwillige daden pleegt, gelijk die in Limburg, volgens verklaring van den heer Ter Laan of van den heer Ketelaar, schijnen voorgekomen te zijn, waar een onderwijzer met een mes gevochten heeft. Wanneer waar is wat men mededeelt, worden,

gaanden

staat

dat dergelijke onhebbelijkheden

nl.

geerd die

zijn,

hierop

toezicht

Ik niet zijn

hoop

ik

door het schooltoezicht

nadere aanwijzingen

te

de aandacht gevestigd hebben,

rekenschap

te

niet gecasti-

ontvangen van de sprekers,

om

daarvan aan het school-

vragen.

op, dat volgens de wet op het lager onderwijs de onderwijzer buiten de school niet vrij is, maar dat zelfs vrouw en kinderen niet vrij zijn. Die vrouw en kinderen hebben wijs

er

speciaal

alleen

met de lessen

in

uitdrukkelijk,

„dat het aan onderwijzers

de school natuurlijk niets

op

te

maken en

straffe

art. 36 ambten

toch zegt

verboden

is

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 654

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's