Parlementaire redevoeringen - pagina 618
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
;
ZITTING 1903—1904
616
om
bestaat
door
dat
weg op
dien
gaan, en
te
Oorlog
van
Departement
het
ook kunnen bemerken,
heeft
hij
zekere
verleend
faciliteiten
kunnen worden om dat te bevorderen. Hij zal trouwens van willen aannemen, dat ook ik geen ander verlangen heb, dan te
om
er geen mogelijkheid bestaat
aan het booze, dat hieraan
mij wel zien,.;of
zooveel
kleeft,
maken. Ik zeg hem gaarne toe, dat ik deze zaak met mijn ambtgenoot van Oorlog van naderbij bezien zal en dat wij zullen pogen, te komen tot eene conclusie, in den zin als door hem bedoeld. mogelijk een einde
te
heer Fock heeft opnieuw
De
waarin hier
verkeeren,
Nederlanders
voor
de
zonen van
die
vroeger
positie,
vertoevende
Indië
in
waren
inschrijvingsplichtig
niet
hoofde van afwezigheid hunner ouders, maar nu
uit
militie,
sprake gebracht de moeilijke
ter
verblijvende
lande
te
van de Militiewet 1901 inschrijvingsplichtig zijn geworden. Reeds in de Memorie van Antwoord op het laatste wetsontwerp tot wijziging van de Militiewet 1901 is, zooals door den gegememoreerd, door mijn geachte is terecht achten afgevaardigde
door
bepalingen
de
en
ambtgenooten hiermede
daan, hetwelk spel
dat wij metterdaad gevoelden, dat
niet
stellig
opwoog
waarover het
lieden,
ter versterking
natuurlijk
bijdragen.
Hij dat,
is,
rechte
zullen
juist
den
Gelijk
het aantal jonge-
militaire
macht
als
zoodanig
dat het niet
kan
dat
de moeilijkheid hierin ge-
die
nu
geldt,
maatstaf, die
elideeren,
te
de
is
en zóó onbeduidend,
opgemerkt,
moeten komen
genomen maatstaf vragen.
van de
wordt toegepast,
lijn
derhalve
heeft
naar
zóó gering
loopt,
werd aange-
tegen het landsbelang, dat hierbij in het
Gelijk de geachte afgevaardigde opmerkte,
is.
legen
uitgesproken,
mij
aan die jongelieden en hun ouders een ongerief
geachte
er
jongelieden tot
te
wanneer onder
die
vallen
de
in
en
wij
eene poging om, zonder den aanhelpen degenen, die hier om hulp weet,
afgevaardigde
heb
ik
toen
reeds
gezegd, dat ik met mijn ambtgenoot van Koloniën onderhandelende was ik
een
onderhandelingen
die
zal
gunstig resultaat kan
mij
vergen,
mij
aanstonds de
wachten
Zaken
is,
dat
heeft.
zooals
dit
worden gekomen.
hij
te zien,
of ten deze tot
mag
echter niet van
Hij
oogenblik verklaren
indiening
De
om
de Kamer van wetsontwerp ten deze te vertaak van het Departement van Binnenlandsche zal toestemmen, reeds zeer groot en, waar het mij in
op
ik
voortzetten,
van
zal,
dat
een
deze
Kamer nog
deze
taak iets aanvat, voelt de geachte afgevaardigde, dat ik met eene
al
eens
euvel
geduid
wordt,
wanneer
ik
buiten
zekere reserve doorsta den aandrang, die uit diezelfde Kamer komt om de reeds tamelijk zwaar beladen hooivork met nog een plok hooi te bezwaren.
Handelingen,
blz.
864.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's