Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 107
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
ANSELMUS.
Hfst. III. § 52.
2.
tegen in te brengen heeft, deels onbevoegd oordeelen.
Nu
staat dit
pogen op
is,
99
om
er over te
zichzelf zeer hoog, in zooverre
streven verraadt, den tweestrijd tusschen ons denkend
het een
en belijdend bewustzijn op te heffen, maar toch
denkgymnastiek en wortelt het
niet
blijft
het te veel
genoeg in de geestelijke realiteit.
Ansclmus.
§ 52.
ANSELMUS van Canterbury, Petrus Lombardus en Thomas van Aquino zijn de drie machtige Doctores ecclesiae, die dit scholastisch gebouw optrokken. Niet alsof niet, ook reeds vóór Anselmus, de dialectiek in het heiligdom was binnengeleid, maar zelfs bij Lanfrank, Anselmus' leermeester, geschiedt
weermiddel. aanviel,
moest
hij
hoezeer ook tegen
zich,
nog enkel als verwapen der ratio zin, met hulp der
dit
Omdat Berengarius hem met
het zijn
ratio
verdedigen.
was,
met wat on gehoopt succes zulk een pleit te voeren was, in Anselmus de lust, om ook ter bevrediging van eigen
Eerst echter, toen juist in Lanfrank gebleken
ontwaakte
behoefte dezen intellectueelen arbeid ter hand te nemen. Anselmus zette juist
om
zich het eerst tot deze studie
haarzelfs wille, en wierd
daardoor de vader der Scholastiek. Dit komt duidelijk
uit, in
wat hij zelf zegt omtrent de beweegreden, die hem zijn Cur Deus homo? deed schrijven. „Saepe", zegt hij, „et studiosissime :
a multis
rogatus
sum
et
verbis
et
quatenus cuiusdam
literis,
quaestionis de fide nostra rationes, quas soleo respondere quaerentibus,
memoriae scribendo commendem
eas et arbitrantur satisfacere.
Quod
;
dicunt enim sibi placere
petunt,
non ut per rationem
ad fidem accedant, sed ut eorum quae credunt intellectu et contemplatione
delectentur"
om
spreekt de toeleg,
wel bevrediging
te
(ed.
Berol.
1857. p.
1).
niet zoozeer apologetisch
zoeken
voor
eigen
op
Reeds
hieruit
te treden, als
weetzucht.
Hij erkent
dat de vragen en bedenkingen, die de ongeloovigen nu en dan met vijandelijke bedoeling te berde brengen, ook ongemerkt in het hart van den geloovige oprijzen, en dat het den geloovige sterkt, zoo hij deze bedenkingen, die uit de ratio namelijk,
opkomen, met het eigen wapen der quaestionem
solent
et
infideles
ratio, ter
nederwerpt.
„Quam
nobis simplicitatem Christianam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's