Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 422

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 422

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

41

Hfst. III. §

2.

12

ROSENKRANZ.

2.

Theologie het algemeene, in de historische het bijzondere, en

de practische het individueele Theologie heeft

De

behandelen.

te

in

speculatieve

principium „das Wissen Gottes von sich selbst,

tot

welches durch die Erkenntniss des Menschen zur Wissenschaft wird"

(p.

en

3),

valt

Dogmatiek en Ethiek

in

Wesen und

eenerzijds „das

omdat

uiteen,

die Thatigkeit Gottes", en anderzijds

Wesen und die Thatigkeit 3). De Dogmatiek heeft dan

„das

der Menschen" onderzocht moet

(p.

drie factoren:

i.

Gott in seiner

absoluten Unendlichkeit, 2. Gott in seiner Entausserung, en 3 die Religion, die beide verbindt en de schepping in God terugvoert .

(p.

De

4).

Ethiek,

de Dogmatiek onderstelt en

die

op den

uitgaat, onderzoekt, als

booze en

3

.

de vrijheid

de

tusschen

(p. 57).

en

biblische

zuil

van

gericht: i. het goede,

haar

2 .

het

De historische Theologie onderscheidt kirchenhistorische

Theologie.

Deze

„biblische

Theologie" gaat

tot Critiek

en Exegese, en bereikt haar einddoel in de „biblische

Dogmatik"

(p. 103).

handelt

van

De

alzonderlijk

de

van de Canoniek,

schrijdt voort

„kirchenhistorische Theologie" daarentegen

van de „politische Geschichte der Kirche", Archaologie",

„kirchliche

Geschichte der Kirche", zijn,

uit

en

van

de

„dogmatische

waarin drie perioden te onderscheiden

die der analytische, synthetische en systematische „Erkennt-

niss" (p. 246).

deelt

Wat eindelijk

deze

hij

Regiment der werpt

in

Kirche"

de Pastoraal

hij

de „praktische Theologie" aangaat, zoo

de wetenschap, die „der Dienst" en die „das

en Homiletiek op; en

omvat bij

(p.

329).

In

de

eerste

afdeeling

en neemt alleen Catechetiek, Liturgiek

uit

het Kirchenregiment handelt hij achter-

eenvolgens van de symbolische Theologie, het Kirchenrecht en „die

Theologie"

(p.

355);

met welke

de Theologie het aangegeven eenheid

der

onderscheidene

middel

kerken

in

laatste blijft,

actie

hij

om

bedoelt, dat

de verborgene

te

zetten,

en

te

beletten, dat een

„Particulare kirche zu einer absoluten Fixirung

gelangen" zou

355).

lare", uit

het

(p.

kerkbestuur

Het symbool uit

het

spruit voort uit het „singu-

„bijzondere"

en elke Theologie

het „algemeene" karakter der Christelijke kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 422

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's