Parlementaire redevoeringen - pagina 380
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
:
ZITTING 1902—1903.
378
Interpellatie-Heemskerk Gooiland.
betreffende
Vergadering van
Mijnheer de Voorzitter
!
gemeene heiden en weiden
de
16 Juni
Door den geachten
in
1903.
interpellant
is
gevraagd
een onderzoek ingesteld naar de redenen, waarom burgemeester van Blaricum tegen den Isten Mei jl. de hulp der militaire macht had gerequireerd ? Ik zou die vraag zeer kort kunnen beantwoorden door te zeggen ja, want meer wordt niet gevraagd, maar heeft
de
Regeering
de
:
onderstel,
ik
de
dat
geachte interpellant wel
niet
alleen
bedoeld zal
hebben of een onderzoek is ingesteld, maar ook welke resultaten dat onderzoek heeh opgeleverd. Zoodra ik van hetgeen in Blaricum geschied was kennis kreeg, — wel te verstaan door de dagbladen, want van den burgemeester als zoodanig ontving ik er niet aanstonds mededeeling van
—
heb ik onverNoord-Holland uitgenoodigd, zich in persoon naar Blaricum te begeven en in loco een onderzoek in te stellen. De naar aanleiding van dit onderzoek bij mijn Departement ingekomen rapporten hebben mij ik kan het niet ontwijld
telegraphisch
—
den Commissaris der
Koningin
,
in
—
Opdat de zaak niet in een verkeerd spoor geleid zou worden, heb ik daarom aanstonds aan den Commissaris der Koningin geschreven, dat art. 184 der Gemeentewet mijns inziens niet dekte de wijze, waarop hier opgetreden en gehandeld was. Daarveizen
toen
gelaten, of al
niet
dan
bevredigd.
niet krijgsvolk
behoorde gerequireerd
mogelijkheid toe, dat de burgemeester
bij
zijn
te zijn,
gaf ik de
persoonlijk optreden met
den veldwachter kon vreezen voor persoonlijk molest, en ik erkende, hij met het oog daarop zich door eene patrouille had kunnen verge-
dat
Maar zoo opgevat zou van een handelend optreden der militaire macht geen sprake behoeven te zijn geweest, daar van molest, personen aangedaan, ganschelijk niet was gehoord. Ik drong daarom aan op een nader onderzoek. Dit nadere onderzoek is toen nogmaals door den Commissaris ingesteld en ik moet zeggen, dat het rapport, dientengevolge van den burgemeester ontvangen, mij niet kon afbrengen van mijn oorzellen.
sponkelijken indruk, dat hier gehandeld was met overschrijding van de
bevoegdheid, die aan de Gemeentewet heette
Om
te zijn
ontleend.
er toen geen gras over te laten groeien, heb ik aan den
saris dit telegram
gezonden: „Ik verzoek
u,
Commis-
aan den burgemeester van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's