Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Nabij God te zijn - pagina 134

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nabij God te zijn - pagina 134

1 minuut leestijd

126

ZALIG ZIJN DE REINEN VAN HART,

met

heid

maakt de wateren van het

zichzelf,

raenschelijk

hart troebel en onrein.

wordt

Onrein

uw

door

hart

alles

wat

in dat hart niet

hoort.

Gelijk een vliet onrein wordt door al

ganger

er

door

verontreinigd

maar

werpt,

in

God

wat

al

En nu

voorbij-

in dat hart niet inschiep,

er uit Satan of uit de wereld dit het ontzettende, dat

is

wat de

ook wordt het menschelijk hart

zoo

indroop.

we

reeds

bij

onze geboorte

kiemen van onreinheid meekregen, die er tot onzen Dat we leven in een wereld,

zoovele

dood toe niet geheel uitgaan. die het

En

dat

ontkiemen van deze oureinheden zoo sterk bevordert. we omgaan met menschen, die innerlijk even

om, mits het maar

onrein, er ons aan wennen,

komt,

uitspatting

zien

om

en

zien

te

ons

in

gelijke

doet

op zoo

onreine

onreinheid

door

niet tot erge

de

vingers

door de vingers te doen

hen.

bij

Dat verzwakt dan ons en

dat

zedelijk besef, ons zedelijk oordeel,

ons van een rein hart droomen, onderwijl

tal

we nog

van punten onrein van hart blijven.

Had nu

Jezus

bedoeld, dat alleen

zij

vrijuit

gingen, die

nimmermeer op eenige onreine gedachte, neiging of gewaarwording hun eigen hart betrapten, dan zou deze zaligspreking ons de wanhoop in de ziel werpen.

Want

zoo

is

niemand.

Tot aan onzen dood toe blijven we met de onreine kiemen in ons hart worstelen.

We

komen wel

fijner zien

in

in ons

Hoe

keur aan

verder,

maar nooit anders dan om

te leggen;

wat vroeger

om

steeds

thans onreinheid te gaan

zelfs

de gedachte aan zonde nog niet

het

geloof komen, hoe scherper het

opwekte. verder

we

in

zielsoog wordt in het ontdekken van zonde, en juist

daarom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's

Nabij God te zijn - pagina 134

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's