Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 144

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 144

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

i.*6

quae hominem quantos et

ita

de

expoliunt, ut reddant vere luimanum

quam eximios

de Staatskunst studiën

Hfst. TIL § 63. calvijn.

_>.

En dan

fructus pariunt?"

de wetenschap, die

als

belangrijkste

hij

dan

Hij

op

wijst hij

„Quis civilem prudentiam, qua

keurt:

ook zuiver gesteld.

Praeterea

onder deze humanistische

respublicae, principatus et regna sustinentur extollat? ut de reliquis taceam".

.-

non summis laudibus

Het vraagstuk wierd door

stuitte

eenerzij ds

Calvijn

op uitnemende

humanistische geleerden, die in hun paganistischen trots het licht der Openbaring minachtten, en anderzijds op een streven van

mystieke

En nu neemt

zien.

er

om

zijde,

niet

laatdunkend op hij

neer te

alle classieke studie

tegenover beide

standpunt

dit

aan denkt, Paulus' sterke uitspraak over de

dat

in,

hij

ijdele aoylu

tov xóaiiov toe te passen op de „naturalis perspicacia hominis aut

prudentia

usu

et

experientia

comparatus", maar wel dit alles keurt

ten

veroordeelt

eenenmale ongenoegzaam

eorum superbia qui

„exitialis

hij

Christum

totam

et

salutis

en wordt tegelijk de moeilijkheid voor quidquid est scientiac extra

hoc

cultus ingenii literis

„ad percipiendam spiritualem sapientiam." In dier voege

sic gloriantur, ut

humi

aut

collecta

et quasi

in

mundi

sapientia

doctrinam despiciant",

hem

opgelost ,,quï

Christum, hic [Paulus

fiat ut.

prosternat

ita

pedibus conculcet, quod constat esse praecipuum

mundo Dei donum",

bewegen beide

scientiac

t.

zich

w. de ratio.

Voor

op een eigen

in

Calvijn namelijk

terrein,

de „scientia

extra Christum" heeft dit eigenaardige, dat ze „in mundi elementis subsidat, in

coelum autem minime pertingat"

coelestis Christi"

ons

juist

;

terwijl

de „scientia

de eeuwige dingen openbaart. Fel kant

daarom Calvijn tegen de heidensche philosophen. zoodra ze zich inbeelden, uit hun praemissen tot de kennisse der goddelijke dingen te kunnen opklimmen, en hij bespot „eorum supercilium. zich

qui proprio ingenio confisi in coelum penetrare tentant".

hooger

licht toch is

Zonder

de wijsgeer, die zich over de eeuwige dingen

een oordeel vermeet, „als een blinde die kleuren wil sorteeren", en de mensch „cum toto suo acumine perinde est stupidus ad intelligenda

per

schoon

eener

se

Dei mysteria,

symphonie

te

als

een ezel

verstaan."

in staat,

is

Vandaar dat

om

het

juist

de

philosophen het sterkste bewijs leveren voor onze menschelijke

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 144

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's