Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 182
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
IJ4
JOHANN HEINRICH ALSTED.
hominem reddat inexcusabilem
„ut
is:
Hfst. III. § 70.
_>.
ons, christenen, is hare
terminos
limites
et
praeparemus principiis.
beoefening noodig
cognoscamus;
infideles.
Cum
2
.
1
.
naturae disputandum"
Voor
propter nos, ut naturae
propter
alios,
ut
nempe
Disputantes enim debet convenire in certis
Turca ergo vel atheo non e (p. 12,
13).
En
ook overtuigend geleerd, welk gevaar voorgrond plaatsen van de Theologia in
in foro poli" (p. 3).
al heeft
in dit
sed e libro
bibliis
nu de geschiedenis
afzonderen en op den
naturalis school, zoodat ze
den door hem gekozen vorm weer moest worden prijsgegeven,
toch
komt aan Alsted de
verdienste toe, van op dit gewichtig
punt de leidende gedachte van het Gereformeerd beginsel zuiver
gehandhaafd te hebben, en nogmaals Calvijn's protest te hebben vernieuwd tegen het anabaptistisch dualisme, dat elk verband tusschen het natuurlijk leven en het genadeleven doorsneed.
Hiermee verdenking en
zooveel
echter
is
over
Alsted
niet
genoeg gezegd, en de
mag
niet op hem blijven rusten, alsof hij de Exegese meer eenvoudig verwaarloosd had. Dit toch blijkt
geheel anders
uit zijn
derde encyclopaedisch werk, dat den
titel
voert: Praecognitorum Tkeologicorum libri duo. Francf. [614 in 4 Reeds de praefatio van dit werk is daarom merkwaardig, omdat .
er
vraag
de
niet tot
in
besproken
wordt, of de Encyclopaedie
de theologische vakken behoort. .,Multa," zegt
hij,
al
dan
„videas
summis Theologis iam olim scripta et adhuc dum scribi de formando studio Theologico. Hinc illae librorum inscriptiones De ratione studii TJieologici, de modo discendi Theologiam, eet Praeclaram sumunt operam, qui haec ista in publicum scribunt Sed et liberorum hominum est inquirere, au istae scrip tiones et materiae pertineant ad avuTrh'iQüiiiu corporis TJieologici' (Praef. 3). Eene vraag, die hij dan in bevestigenden zin beantwoordt, door a
.
.
.
.
.
.
1
''
er
op
te wijzen,
hoe elke
disciplina zekere praecognita onderstelt,
„quae praeparant animum discentis ad capessenda n
felicius et facilius
deswege van het corpus van zulk eene disciplina niet mogen worden afgescheiden. De titel van „Praecognita Theologica" is dan ook opzettelijk gekozen, om te doen uitkomen, dat het hier een theologisch vak gold; want tu yivü)axófi(va
feitelijk
bieden
(ibidem), en die
zijn
Praecognita
geheel
denzelfden inhoud, die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's