Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 375

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 375

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

ook

zegt,

2.

Hfst. III. §

zijne opvatting

109.

REUTKRDAHL.

van de Theologie

van die van Schleiermacher verschillend.

zoodanig

als

Is ze bij

367

is

wezenlijk

Schleiermacher

een complex van kundigheden, die haar eenheid vinden in de Kerk, wier „Leitung und Führung" door een kunsttheorie moet beheerscht worden,

Reuterdahl

bij

de Godgeleerdheid.

som denna fbrsamling

is

de vroomheid zelve object van

„Theologi ar wetenskap

utbildat

erkannes"

sig (p.

i

en

4),

wiss

of gelijk

hij

om

fromhet, sadan

hwilken af en wiss

gestalt,

het nader definieert:

„Wetenskap om christlig fromher (p. 5). Hij zoekt dus wel het positief phaenomenale in de Kerk, maar in die Kerk is niet, als bij Schleiermacher, de gemeenschap, maar de vroomheid zelve hoofddoel van het theologisch onderzoek, zoodat ook de practische Theologie allereerst op de aankweeking van vroomheid is gericht. „Den

med

wetande nara sammanhangande theorien f'ór fromhetens och det froma samhallets förkofran ar sjelf ett moment theologiskt

af detta wetande och kali as practisk theologi"

(p.

1

1).

de opvatting van het object der Theologie belet

in

niet,

met Schleiermacher het geheel

Dit verschil

hem

echter

in te deelen in philosophische,

historische en practische Theologie, en dus de

Dogmatiek en Ethiek onder de historische gegevens te rangschikken. Daar hij intusschen niet van de „fromme Gemeinschaft", doch meer van de vroomheid zelve uitgaat, is hij genoodzaakt in zijn philosophisch deel aan de Apologetiek en Polemiek twee andere hoofdstukken

over „Religionspsychologien" en „Religionshistoriens philosophi" laten voorafgaan.

te

1

Doch

niet alleen

risch deel

op

zijn

philosophisch,

maar ook op

zijn histo-

afwijking van Schleiermacher van invloed. Door toch niet zoozeer de Kerk, als wel de Christelijke religie als object te is

nemen, kan

zijn

hij

de exegetische Theologie buiten de KerkhistonV eigen vak voorop plaatsen. „Den historiska theo-

sluiten

en

logien

betraktar

als

christendomen sasom en lefwande tillwarande organism, och söker redowisa för dess samtliga phenomener, sadana som dessa aro till i werkligheten" (p. 20). Maar nu ligt de wortel 1

van

dit

organisme

christendomen

voor ons ontbloot

ar nemligen framstalld

hwilkas ratta fbrstaende ocksa ar

ett

i

in

de H. Schrift:

„Ur-

en samling af urkunder,

förstaende af urchristendo-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 375

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's