Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 395

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 395

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

ip.

Na

83).

historisch

2.

§114. STAUDENMAIER.

TH.

Hfst.

dit speculatieve deel,

deel,

en

heeft

onderdeden:

drie

und Ojfenbarung

li^ion

volgt dan een practisch en een

wel de historie achteraan, wat nogmaals op

verwantschap met Klee

zijn

387

i. ;

2

.

wijst.

Zijn

speculatieve

Theologie de Apologetiek, of Theorie der Rede Dogmatiek; en 3 de Moraal, .

dan

waarbij

de Bibliologische vakken onder de theorie der Openbaring worden ingedeeld, als handelende „Von der Fortsetzung und Erhaltung der christlichen Offenbarung" (p. 409), zoodat ook wat Klee „Ecclesiastiek" noemde, hieronder begrepen is. Iets, wat hij daardoor poogt te rechtvaardigen, dat de idee van religie

en openbaring eigenlijk niets anders

schepping zelve door

was

God

als

de

religie

is,

dan hetgeen

bij

de

aan den mensch gegeven

eene voorstelling, die zeker kwalijk rijmt met de grondstelling der Roomsche anthropologie de puris naturalibus. (p.

Onder saam,

84);

practische Theologie vat Staudenmaier alleen die

vakken op de goddelijke instellingen, waardoor de verwerkelijkt worden moet, (p. 91). wat na zijn

doelen

die

goddelijke

leer

afhandeling van de Moraal onder de speculatieve vakken niet anders kon, maar overigens geheel willekeurig is. Is hem toch de Moraal de wetenschap, die leert „ wie die christliche Wahrheit ins christliche

het

vanzelf,

Leben umgesetzt werden

soll" (p. 91),

dan spreekt

dat zijn dusgenaamd practische vakken slechts een

onderdeel van de Moraal vormen. Deze kerkelijke vakken deelt hij in naar de drie ambten van den Middelaar, en rekent er dan

onder „die Lehre

vom

wat blijkbaar op de

Kirchendienst und

vom

Kirchenreginicnt"

De „Kirchendienst" eischtdan bestudeering van de Homiletiek, Catechetiek, trilogie

Paedagogiek en Liturgiek; het

Kerkrecht

aijn

historische

zijn

der ambten niet klopt.

terwijl

plaats aanwijst.

met

„Kirchenregimcnt" aan

En dan

Theologie, die hij aansluit

Dogma, van de Moraal en van de dus

het

aan

volgt eindelijk nog zijn

reeks van het

kerkelijke Praxis. Hij begint

Dogma en de Symboliek dan de Archaeologie volgen als geschiedenis van de Liturgie en besluit met de eigenlijke Kerkgeschiedenis, opgevat als geschiedenis van het Christelijke leven. de geschiedenis van het

laat

Zelden

is

dan ook een encyclopaedische theorie opgezet, die

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 395

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's