Parlementaire redevoeringen - pagina 351
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
349
INTERPELLATIÈN-MEES EN TROELSTRA. gemeend,
te mogen zwichten. kunnen volstaan met minder mili-
geen geval en op geenerlei wijze daarvoor
in
men nu:
Vraagt
hadt
gij
toch niet
op te roepen, dan antwoord ik dit. Ik heb straks reeds aangetoond, hoe weinig het nog is wat we hebben, en hoe er zelfs nu nog hier te lande niet de helft onder de wapenen is van wat in andere landen in normalen tijd aanwezig is. Maar hierbij kwam nog iets anders. Waar men bedreigd wordt met eene spoorwegstaking, heeft men te doen met een gevaar van dreigende onlusten van geheel exceptioneel karakter. Gemeenlijk bepalen onlusten zich tot eene enkele stad of streek en kan
tairen
men
volstaan met daarheen een zeker korps militairen te zenden.
Maar
van eene algemeene spoorwegstaking, komt kwaad, dat als een loopend vuur op eens geheel men te staan voor een het land doorgaat, en dat ten gevolge heeft, dat men in de mogelijkheid moet zijn, te gelijker tijd op tal van plaatsen voor orde en rust waar-
wanneer
er
sprake
En
is
waar door stakende arbeiders tegen arbeiders, zijn en niet met hen willen mededoen, daden van geweld of bedreigingen worden aangewend, daar is het de plicht van de politie, bescherming te verleenen tegen zulke daden en bedreiborg
te leveren.
voorts,
van de vereeniging
die geen
lid
gingen.
Waar
zoodanige
zich
verspreid
bevinden
in eene den aard
van lange straten en stegen, daar om politie bij de hand te hebben, die zooveel ligt het in
groote stad, in
tal
der zaak,
de eisch
dat
arbeiders
hulp op zoo uitgebreid terrein zal verleenen, maakt, dat men met de gewone militaire macht volstaan kan, maar een groot korps noodig heeft. Waar gedreigd wordt met staking bij de gasfabriek, moet men buiten de stad kunnen beschikken over voldoende macht ter bewaking van de
doenlijk niet
den dienst zullen blijven verrichten, de stad een Durgerdamsch lot ondergaan. Ook moet voor aanvoer en toevoer van levensmiddelen en brandstoffen voor die mannen gezorgd worden. En voor dit en zooveel meer is militaire macht noodig. In één woord maakten de aard en het soort van
fabriek en van de
opdat deze
niet
mannen,
die daar
door de stakers
uit
waarvoor men stond, dat men, als het noodig was, over een zeer groot aantal militairen moest kunnen beschikken. Wij hebben dan ook zóó weinig het gevoel, dat wij ook maar één man te veel hebben opgeroepen, dat wij eerder vast besloten zijn om, indien het noodig mocht wezen, en het bleek, dat het getal militairen onder de wapens niet groot genoeg was, het getal onder de wapenen geroepenen nog te
gevaar,
vermeerderen; want wat er ook gebeure, voor de publieke orde en rust moeten we als regel instaan, en we mogen ons niet door eene macht in den Staat, welke ook, laten overvleugelen. Wel heeft de in-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's