Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 498

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 498

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1903—1904.

496 standkoming,

onmogelijk,

is

Daarom

geloof

ik,

dat degenen, die

voor de

opkomen, beter doen, dezen weg niet in te slaan, liever moeten trachten, bij de nieuwe regeling van de ge-

gemeentefinantiën

maar

dat

zij

meentefinantiën, die aan de orde

is,

deze zaak

te

regelen.

Het verwijt van den geachten spreker, dat ik wel op de Rijksfinantiën moet zien, maar ook moest letten op de Gemeentefinantiën, doch er inderdaad in het geheel niet op let, behoef ik mij niet aan te trekken. der Gemeentefinantiën zoo plotseling want vroeger hebben wij er noch in de Eerste, noch in de Tweede Kamer ooit iets van gehoord en de Regeering gaat onmiddellijk er toe over, de zaak aan te vatten en eene commissie te benoemen, dan kan men niet zeggen, dat zij de gemeentefinantiën uit het oog verliest. Resumeerende herhaal ik, dat ik de beslissing over het eerste amendement (van den heer Rink) gaarne aan de Kamer overlaat, maar in de aanneming van het tweede amendement niet zou kunnen berusten. Indien

eene quaestie

toch

de lucht

uit

komen

is

als die

vallen,

Handelingen,

Na zou

het

afgevaarde

ook dat

bij

van

door de het

heeren

woord kunnen

te

Van

Idsinga en

afzien.

621

— 624.

Heemskerk,

Evenwel, de geachte

Zutphen, de heer Borgesius, heeft er aan herinnerd, dat

uit

de Ongevallenwet het oorspronkelijk er toen zelf toe heb medegewerkt,

ik

raad

gesprokene

wellicht

ik

blz.

,

regelen.

Maar

bij

tusschen hetgeen toen

art.

66 voorgesteld

is

wet treedt

niet in

afgevaardigde

en

gebeurd en wat thans

vindt bestaat dit principieele onderscheid, dat toen gezegd

plaats

is

nadere wet den beroeps-

werking, vóór dat die regeling er

is,

terwijl

is:

de

de geachte

thans niet anders dan eene oisieve belofte in de wet wil

schrijven, die niets geeft. In de

nadere

tweede plaats wensch bespreking

is

ik

nog eene opmerking

maken. Bij de doen is om den toch niets zou geven, te

het uitgekomen, dat het niet te

gemeenten aan dit kleine beetje te helpen, daar dit maar om het principe tot beslissing te brengen. Dit beginsel namelijk, dat, indien bij volgende gelegenheden lasten worden opgelegd aan de gemeente, tevens van Rijkswege een deel kosten.

De

bereiken moet

Men

zal

worden bijgedragen

bedoeling daarvan begrijp ik zeer wel, maar

men eene

loopt dan

niets beteekent.

motie voorstellen, die behoorlijk

om

is

dit

in

de

doel

te

geformuleerd.

ook niet het gevaar, iets in de wet te zetten, dat daar Eene motie kan trouwens afzonderlijk behandeld worden

met de noodige ampleur.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 498

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's