Parlementaire redevoeringen - pagina 270
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
268
Hoofdstuk V der Staatsbegrooting voor 1903: Gemeentelijke subsidiën voor kerkelijke doeleinden — Politie-quaesties — Salarissen van ambtenaren ter provinciale griffiën — Ontsmettingsdienst — Woningnood — Krankzinnigenwezen — Hooger Onderwijs Homoeopathie Vivisectie Middelbaar Onderwijs Interpellatie-Ter Laan inzake de H. B. S. — Toelating van meisjes — Qymnastiekonderwijs — De spelling-quaestie — Vakonderwijs Lager Onderwijs De Motie der S. D. A. P. inzake het L. O. De Emmensche en Venlosche schoolquaestie — Rechtspositie van onderwijzers — Spraakgebrekkigen en achterlijken Gevolgen van den leerplicht voor arme ouders — Schoolvoeding en "kleeding Arbeidsquaesties Misstanden in steenbakkerijen — Loodwitgevaar — Arbeidsbeurzen — Gedwongen winkelsluiting Kamers van Arbeid — Ongevallenwet 1901. —
—
—
—
—
—
—
—
—
De Savornin Lohman
heer
een enkel woord
—
U December
Vergadering van
De
—
—
heeft de quaestie- Waalwijk
sprake gebracht.
ter
1902.
Hij zal overtuigd
zijn,
nog met dat wat
gezegd heeft ten opzichte van mij, iets had van prêcher les convertis. heb mij in de Memorie van Antwoord duidelijk genoeg er over
hij
Ik
uitgelaten.
Waalwijk,
Ik
acht het
niet
tegen
te
spreken, dat, wanneer, gelijk
te
een aantal personen van eene andere kerkelijke gezindte er
zich door bezwaard achten, dat zij ook hunnerzijds moeten bijdragen aan de gemeentekas, waaruit dan betaald wordt zeker subsidie, verleend aan eene kerk, waartegenover zij staan, iets gedaan wordt wat in den
tegenwoordigen dat
in
tijd
meer
niet
220 gemeenten
—
gaat.
van ons
Maar
land
het
feit
dergelijke
was er nu eenmaal, subsidiën bestaan en
ook de heer De Savornin Lohman daaronder hebben geen aanleiding gevonden, daartoe strekkende door gemeenteraden genomen besluiten als in strijd met de wet of het algemeen belang te vernietigen. Het is zeer zeker waar, dat onder al
mijn
voorgangers
—
begrepen
zijn
geen
Ministerschap bepaalde
en
onder
protesten zijn
dat van verscheidene andere Ministers ingekomen, maar wanneer eenmaal een
besluit van een gemeenteraad geacht wordt te zijn in strijd met de wet of het algemeen belang, moet men als Minister daartegen ingaan,
ook
al
heb
overigens
is
er
geen reeds
bepaalde klacht
bij
uitgesproken,
dat
het Ministerie ingekomen.
Ik
ik doen zal wat aan mij ligt, opdat aan dezen toestand een einde worde gemaakt. In de tweede plaats is door den heer Michiels van Verduynen ter
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's