Parlementaire redevoeringen - pagina 243
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
BEZWAREN AAN HET UNIE-RAPPORT VERBONDEN. het afnemen van de uitkeering, zooveel als noodig
dekken, dat op
wege en wat bij
bij
zou komen, onmiddellijk vastloopt. Er
aan den minsten
niet
het bedrag te
oogenblik aan de scholen wordt uitbetaald van Rijks-
dit
er
welke dat
om
is
241
onderhevig
twijfel
zijn
is.
gemeenten,
Wanneer men
gemeente Maarn in de provincie Utrecht nu aan uitkeering, volgens de wet van 1897, plus de bijdrage volgens art. 45 der Lager-onderwijswet, ontvangt f2486, terwijl zij bij uitkeering alleen van de minimum jaarwedden der onderwijzers f1950 zou ontbij
voorbeeld
dat de
ziet,
dan spreekt het vanzelf, dat men met classificatie en wat ik verder heb genoemd, over die som heenschuift. Daaruit volgt, dat men beginnen moet met voor elke gemeente in het geheele land den stand vangen,
zaken van beide zijden te gaan onderzoeken, en dat men eerst wanneer de uitkomsten daarvan volledig bekend zijn, kan overwegen, of men met eene afschrijving op de uitkeering kan volstaan, dan wel de geheele uitkeering anders zal moeten regelen, of wat men ook zou kunnen doen de percenten op het personeel voor van
dan,
,^
—
—
een gelijk
weer terugnemen of niet uitbetalen. Er komt spreekt, met de geheele Uitkeeringswet
deel
komt en heeft
ik
om
die
men met
dat
bij,
vanzelf
men,
aanraking
in
behoef wel
niet te zeggen, hoeveel voeten het in de aarde wet zoo eens even geheel onder handen te nemen, terwijl
de Onderwijswet bezig
is.
midden gebracht om bij hen, die meenen, dat de Regeering in dezen eenvoudig den boel heeft laten loopen en nu maar eenige bezwaren voorwendt, de overtuiging te wekken, dat wij staan voor een zoo ingewikkeld probleem, dat doortasten zonder Ik
heb
het
een en ander
in
het
klaar en helder de zaak doorzien te hebben zou zijn het in de wereld
brengen
van een zesmaandsch kindje, dat
sterven.
van
Ik
verklaar,
Antwoord
dat wij zullen gestand
gezegd.
is
^alle
Vraagt
doen wat
de
echter
kans
heer
spoedig
liep,
te
de Memorie
in
De Waal
zeg toch, dat het een half jaar vroeger komt, dan antwoord ik
Malefijt: :
dat
doe
ik als Minister niet.
Mijnheer de Voorzitter! gemeente-finantiën.
oogenblik
Ik
waande,
wil
Ik
kom
thans
het
tot
ontveinzen,
niet
dat
van de
vraagstuk ik
eergisteren
den Amsterdamschen gemeenteraad
een
en den wethouder van finantiën te hooren. Maar natuurlijk was dat niet zoo en heeft ^toch de geachte afgevaardigde, de heer Heemskerk, alleen als Kamerlid gesproken, behartigende de algemeene belangen des lands.
Hij
is,
als
van Antwoord
de waarheid
in
ik
staat
niet
hem wel
te
zitten
verstaan heb, met hetgeen in de
Memorie
Wel
heeft hij
opgeteekend,
ontkend van
niet geheel tevreden.
wat daar
staat,
nl.
dat het een
novum 16
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's