Parlementaire redevoeringen - pagina 47
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
AGRARISCHE POLITIEK. welke den geachten spreker
politiek,
van
Landbouw zou komen, maar
45
bij het Departement Departement van Financiën,
afschrikt, niet
het
bij
samenwerking met dat van Buitenlandsche Zaken, al zou ook de Ik blijf zijn voorstelling Minister van Landbouw mede-onderteekenen. dus als niet afdoende beschouwen. Een enkel woord van protest zij mij veroorloofd tegenover zijn opmerking, alsof wij eene poging hadden gedaan om het Regeeringskasteel Deze opmerking is tweemaal door hem gebezigd. Aangezien te veroveren. in
echter
mijn
in
wenschte,
ja
om
rede
afried,
te
tweemaal
Utrecht
eenige poging
te
is
verklaard,
dat
ik
niet
doen, die ons in het gevaar kon
moeten aanvaarden, gaat het toch niet met zekere heerschzuchtige bedoeling waren uitgegaan, om het Regeeringskasteel te veroveren en te bezetten. die er op gewezen Aan den heer Van den Berch van Heemstede heeft, en mij dunkt terecht, dat de invoer van bokking uit Engeland nadeel toebrengt aan de visschers, door wie bokking uit de Zuiderzee brengen
de portefeuilles
te
aan, het voor te stellen, alsof wij
—
wordt opgevischt en dat daardoor een toestand is geboren, die inderdaad zij geantwoord, dat deze zaak voorziening vereischt. houdbaar is Wat zijn opmerking betreft omtrent den druk, die den branders in
—
niet
Schiedam wordt toegebracht door de stokers van genever van melassespiritus, ben ik van meening, dat nogmaals een ernstig onderzoek behoort te worden ingesteld, om na te gaan, in hoever aan de bezwaren kan worden te gemoet gekomen. Verder laat ik uit het debat weg alles wat in de Memorie van Antis behandeld en waar niets tegen ingebracht is. Om een voorbeeld noemen, wijs ik er op, dat de geachte afgevaardigde uit Zutphen gisteren, de zaak van Transvaal nogmaals besprekende, heeft gezegd, dat hij het nu zoo gemakkelijk vond, dat aan zijn verlangen was toegegeven om de gedachtenwisseling schriftelijk in te leiden en dat terecht het debat op 24 September niet was voortgezet. En wat deed hij nu? Hij begon met te zeggen,
woord
te
dat
ik
den
eene
poging
Had
hij
4den tot
December mediatie
gezegd: datgene,
aangaande
staat,
bij
1900 het vorige Kabinet had opgeëischt, de Engelsche Regeering aan te wenden.
wat
bevredigt mij
in
niet,
Memorie van Antwoord desdan had hij recht gehad, maar nadat de
de Memorie van Antwoord die bewering bestreden en nadat met duidelijke woorden haar onjuistheid aangetoond was, ging het niet aan, het aangevoerde in de Memorie van Antwoord te ignoreerenentedoen,
in
was, maar de novo was te gezegd is, zal ik dan ook Antwoord de Memorie van
alsof de
gedachtenwisseling
openen.
Wat
niet
in
nog eens herhalen.
niet
ingeleid
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's