Parlementaire redevoeringen - pagina 461
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
BENOEMBAARHEID VAN VROUWEN.
459
Daar is meer. Wanneer de heeren op de hoogte leven is. van de jongste literatuur over het feminisme, ik zeg niet hier het land, maar in het buitenland dan zullen zij ook weten, hoe feminisme dezen bodem van het bekleeden van betrekkingen, het
sociale zijn
—
—
in dit
,
verkrijgen van meer private rechten en het hebben van meer middelen
van
lang heeft verlaten, en dat thans reeds zeer beslist
bestaan, reeds
het
terrein
waarop men,
de verhouding tusschen
drijvende,
het
individualisme op de spits
man en vrouw ook
in
dien zin wil
de patriarchale inrichting van het maatschappelijk leven
dat
wijzigen,
betreden,
is
moet worden gedrongen en dat de matriarchale er weer voor moet gesteld. De positie der vrouw in het huisgezin acht in de men eene vernedering voor haar. In verband hiermede was het mij aangenaam en stemde het mij tot vreugde, gisteren te lezen, dat de geachte schrijver van „Van dag tot dag" in het Handelsblad met een woord van toorn en heiligen ernst waarschuwde tegen dit streven, dat zich ook in ons land in veel gezochte en veel gelezen literatuur begint Men kan noch mag zich den blinddoek voor de oogen te openbaren. hangen, noch voorbijzien, dat het eene deel der feministische quaestie met ter zijde
plaats
het andere samenhangt. Het is ééne quaestie, waarvan alle deelen met elkander in organisch verband staan. En wanneer men voortgaat, gelijk men gedaan heeft en nog bezig is te doen, om voor het begrip van het huwelijk en de rechten van het gezin die van de vrije liefde in de plaats te stellen, dan moet men ook, wanneer men zoo iets in de wet wil stellen, niet alleen waken tegen de schadelijke gevolgen van het gemeentebelang, uit bloedverwantschap, zwagerschap en echtverbintenis voortkomende, maar ook tegen schade, voor die belangen uit het
concubinaat,
Het
is
d.
om
incidenteel,
die
niet
eene m.
uit
i.
reden,
i.
dat
aphoristisch
te
zondige verhouding, voortvloeiende.
de Regeering meent, deze quaestie niet kunnen of te mogen beslissen, daar zij
den bestaanden toestand te handhaven, ontkennende, dat de tegenwoordige wet, zooals zij daar ligt, het benoemen van de vrouw toelaat, en er prijs op stellende, dat, waar eenmaal in de Grondwet het woord Nederlander een& nader bepalende bijvoeging heeft
niets
anders
beoogt
dan
gekregen, ook de Gemeentewet die veranderingen
door tijd
zij
blijft
wat
zij
naar de bedoeling van haar
en wijle de quaestie principieel
zal
zal
ondergaan, waar-
steller
geweest
worden behandeld. Handelingen,
blz.
101
is,
— 103.
tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's