Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 341

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 341

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

2.

Hfst. III. §102.

RATIO STUDII

SOC. JESU.

333

1598 te Napels voor het eerst

studiorum Societatis Jesn, die in

Superiorum permissu het licht zag. Kenteekenend is voor het standpunt dezer commissie de overweging, waarvan ze bij de studie der H. Schrift uitgaat. Aquaviva en de zijnen erkennen namelijk, „quod divinarum Scripturarum studium apud Nostros parum viget",

waarom ut

.

.

„omni sane contentione conandum videtur

ze aanraden:

hen

excitetur atque efflorescat" (Bd. V. p. 67). Hiertoe roept

.

het voorbeeld der Kerkvaders, „qui semper utilius atque honestius

quam in tot quaestiones incumbere", loquentem per Prophetas et Apostolos suos, audire „Deum of ook quam in Nostris cogitationibus ac speculationibus consenescere" (V. p. 67). De Scholastiek heeft daarom wel waarde als magnum esse putarunt in Scripturas,

praesidium voor de Kerk, „sed longe maius scripturarum sensu pervestigando", omdat

uit

vero ac germano

in

de Schrift het bewijs

moet geput, van wat de Scholastiek verdedigt. Wie dus „posthabita op de Scholastieken afgaat,

soliditate Scripturarum", schier enkel

kan veel

anders dan „quasi mancos

niet

mare".

En

doet

ze

modieus plane

de

aan

Scholastiek;

in

de Schrift staan,

hierin achterblijven.

Protestanten, zelf

Nu

accommodare".

hoofdzaak

is

het

is

is

te

de haeretici

necessitati

zoo

sterk

afgezien van de Schriftstudie der

zijn.

„Quin etiam

allerminst een pro

Scripturarum" (V.

memorie uittrekken van de H.

opzettelijke poging,

zoeken.

wat

Iets,

te

posse videntur"

(p.

69).

om

curam

p. 68).

Schrift,

de studie der Schrift is,

overmits het

hoofddoel wordt gesteld.

fideliter

et breviter literalem

oportet esse,

En dan volgen

onder welke deze:

in

opmerkelijker

literalis zelfs als

cuius praecipuain

zich-

Ecclesiae pax vigeret maxime,

si

„Ad inquirendum exponendumque

regels,

mag

Dit nu

p. 67).

schande voor de Jezuïeten, zoo ze

Doch ook

opsporen vaneden sensus sensum,

infor-

moest de Schriftstudie onder de Jezuïeten op

maar veeleer een kracht

(V.

„suam Theologiam

derhalve

nihil tarnen esse oporteret antiquius lectione

Dit nu

Theologos

en daarentegen „Scripturae

est honor, exercitatio nulla"

zoo niet blijven. Doel der Orde

temporum

et mutilos

de Societas Jesu mank; want

toch, aan dit euvel gaat

haec fere conferre

eenige hermeneutische

dat de tekst in het Hebreeuwsch en

Grieksch moet gelezen, „cum vel a Latina vulgata editione

dis-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 341

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's