Parlementaire redevoeringen - pagina 553
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Is
En
heid.
provincie
van
551
blijkens mijn onderzoek, het aantal
toch
is,
niet
onder
1.200.000.
HET Kabinet reactionair?
magistratuur
liberale
Men kan
dus
zeggen,
staat,
dat
dit
metterdaad de geestesrichting van de bevolking
40.000 op een niet bij
bewijst,
verhouding
gekomen niet
goed
feiten, is.
echter
burgemeester boven de
een
is
maar zoo goed
het
hij
zich toevallig zoo
daarvan
toevallig, dat,
in
hominum
te
Uebermenschen gespro-
het
partijen vormen een soort, dat ik niet ken. wanneer men eens iemand boven de partijen heeft,
goed
als
altijd
leven gezien heb,
goede houden, daar
ten
Als
mannen boven de
En
is
partijen.
wil wezen, mij dat genus
leeren kennen. Er wordt tegenwoordig wel over
ken, maar
met vroeger dan dat deze
ik niet anders oordeelen,
Ingestemd kan worden met hen, die zeggen,
dat het meest gewenscht
men dan
kon
totaal
dat daar
de benoemingen in
redelijken zin invloed heeft uitgeoefend. Dit combineerende mij ter oore
de
zielen, dat in
—
als
een liberaal ontpopt.
de heeren zullen mij
ik in mijn vorige
quaestie in aanraking ben geweest
—
,
is,
dit
Wat
ik
gezegde
betrekkingen veel met deze
dat
men
hier en daar wel eens
iemand ontmoet, dien het niets schelen kan, die er niets om geeft, wat op politiek gebied gebeurt, en enkel voor zijn zaken leeft. Maar ik vind zoo iemand dan ook geen geschikt burgemeester, ik heb zoo iemand Ik vind, dat een beschaafd, ontwikkeld nooit hoog kunnen stellen. Nederlander eene godsdienstige, ethische, politieke en sociale overtuiging moet hebben. Den toestand, dien ik in Zuid-Holland gevonden heb, Vooral ik dan ook in strijd met de belangen van die provincie. ons land, aangezien er zoo vaak botsingen dreigen tusschen het gezag en de bevolking, moet het van het hoogste belang geacht worden, dat de burgers eener gemeente sympathie gevoelen voor den man, die met
vind in
overeenstemming bestaat en er dientengevolge eene goede samenwerking tusschen den burgemeester
het gezag bekleed
en de burgerij Ik
ga
thans,
zijn
is,
zoodat er tusschen hen
kan.
Mijnheer de Voorzitter, den handschoen opnemen, die
toegeworpen door den heer Troelstra. Hij wenschte, dat ik het debat met de sociaal-democraten niet zou voeren op het laatst, maar midden tusschen de andere debatten. Ik moet
mij
is
nogmaals protesteeren tegen de voorstelling, dat
ik dit
vroeger opzettelijk
anders heb gedaan, ofschoon ik daartoe volkomen het recht had gehad. mij hier de wet stellen, hoe ik debatteeren zal. Maar is het eens voorgekomen, dat ik anders deed, dan is dit vooreerst, omdat men licht geneigd is, in een publiek debat eerst bij tweeden termijn daartot zijn peroratie te komen, en in de tweede plaats, omdat de stof
Niemand kan
vroeger
al
voor door de sociaal-democraten eerst
in
laatster instantie
was geleverd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's