Parlementaire redevoeringen - pagina 11
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
DE
OORLOG
IN ZUID-AFRIKA.
9
name Zuid-Afrika noemen, Doch na misschien bevrediging zou sciienken.
vorige Troonrede en met
in
dit
herlezing
drukking,
de
in
der
uit-
vorige Troonrede voorkomende, dat twee betreurens-
aangelegenheden, de oorlog
waardige
den waan, dat
in
Zuid-Afrika en de onlusten
China, ons hadden genoopt een oorlogsschip naar die wateren
te
in
zenden,
bescherming van de belangen onzer landgenooten, hebben wij toch gemeend, dat eene zoodanige vermelding, zich daartoe bepalende, niet ter
payer de mots", maar ook dat deze strijd, hoog karakter draagt, en van te hoogen ernst om daarbij te vergeten, dat woorden hier niets beteekenen, is, diegene goed doet met te spreken, die zich ook dat alleen en in staat gevoelt, zijn woorden in daden om te zetten. Bij deze zaak geldt ook wat elders is gezegd, dat spreken zilver, maar zwijgen goud kan zijn. Ik geloof, dat het, juist met het oog op de belangen, die de geachte afgevaardigde meent, dat wij ons meer hadden moeten aantrekken, verstandig is geweest, dat wij niet door eene ijdele phrase hebben zoeken tevreden te stellen degenen, die metterdaad in ernst en in hoogen zin zou
alleen
zijn
een
„se
deze worsteling, een
te
de belangen, die hier
in het
spel zijn,
op het harte dragen. Handelingen, blz. 58
aansluitende aan
Mijnheer de Voorzitter! Mij
— 59.
het laatst gesprokene
dat nadere door den geachten afgevaardigde, komt het mij bespreking van deze teedere en gewichtige aangelegenheden beter wordt
ook voor,
voorbereid door eene schriftelijke gedachtenwisseling. ik dit debat mijnerzijds niet laten eindigen,
dat de heer
woorden
Verhey
lag en niet
zonder
te
Intusschen
mag
hebben opgemerkt,
mij eene bedoeling heeft toegedicht, die niet in mijn is
uitgesproken. Ik heb niet gezegd, dat de woorden,
Troonrede voorkomen, beduiden, dat het Ministerie zich had voorgenomen, nooit meer iets te doen voor de Republieken, maar alleen, dat in die uitdrukking niet lag opgesloten, wat de geachte afgevaardigde
die in de
er in In
meende de
te
tweede
contra-protest
moeten plaats
tegen
Zutphen, die mij
het
als het
lezen.
mag
ik
protest
ware
niet
van
eindigen zonder een
den
geachten
woord van
afgevaardigde
uit
de verklaring toedichtte, dat het Ministerie,
door handelingen van het vorig Kabinet, op dit oogenblik niet in staat was, voor de Republieken te doen, wat het anders zou willen doen. Dit heb ik niet gezegd. Ik heb alleen gezegd, dat wij als Kabinet niet
hadden
te
beoordeelen de handelingen van het vorig Kabinet, maar dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's