Parlementaire redevoeringen - pagina 394
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
392
opschieten en kruien van de steenen eens zoo hard moeten werken en hun inspanning en vermoeienis zouden daardoor veel grooter zijn. De indruk, dien de inspecteur van den arbeid van het opschieten
door vrouwen ontvangen
heeft, is van dien aard, dat hij mij schrijft: „Ik wanneer men het altijd bijwoont, men er niets ergs meer in vindt, maar wanneer men, zooals ik, gezien heeft, hoe hoogst zwangere vrouwen, niet zwaar gekleed, gelijk in den zomer dikwijls het geval is, op eene rij staande steenen, en wel acht te gelijk, moeten aangeven aan ééne die nog hooger staat, dan is dat een tooneel, dat eenvoudig weerzinwekkend is, wanneer men het met een gewoon menschelijk gevoel waarneemt." Ik ben het dus in de algemeene stelling volkomen met den geachten afgevaardigde eens, maar er is, wanneer wij het werk op de steenplaatsen stuk voor stuk nagaan, slechts één enkel punt, waarop ik zou meenen, dat eene voorwaarde zou kunnen gesteld worden. Ik geef het
wil
hem
wel gelooven,
dat,
namelijk gaarne toe, dat,
bijv. wat het neerslaan betreft, het zeer goed mogelijk geweest ware, daarbij de voorwaarde te stellen, dat dit alleen verboden werd daar, waar de steenen machinaal gevormd worden,
en wel
bij
het neerslaan van de
vormbakken met
acht steenen er
in.
Wan-
neer het mij bekend ware geweest, dat niet machinaal gevormde steenen
met acht
te gelijk
in dat opzicht
worden neergeslagen, dan zou
eene andere bepaling voor
zulks door het rapport
den
Hollandschen
betrekking heeft
—
—
IJsel,
uitsluitend
ik bereid zijn geweest,
Ik erken echter, dat op de steenplaatsen aan
te stellen.
dat trouwens alleen
waar
niet
machinaal
gevormd wordt,
niet te mijner kennisse is gebracht.
In het concept
van de nieuwe Arbeidswet, dat nu bij den Raad van State is, is deze uitdrukking dan ook anders geformuleerd, namelijk aldus: „het neerslaan van machinaal gevormde steenen", juist omdat ik, dat verschil eenmaal
op tegen was om, gelijk men bij tegels dateene vrouw of een meisje niet hinderen zal. Ik ben met het bestaan daarvan echter niet bekend geweest en verkeer ook nu nog in de meening, dat het niet aan den Hollandschen IJsel voorkomt, en dat het werken met de vormbakken van acht steenen daar algemeen is, zóó zelfs, dat het den inspecteur niet bekend was, dat er eene enkele uitzondering op bestaat. Het bezwaar met betrekking tot het neerslaan had zonder eenige moeite kennende, begreep, dat er
niets
doet, één steen te gelijk te strijken, wijl
kunnen worden weggenomen. Zoo staat het ook met de ovens. afgevaardigde alvorens
zij
mededeelt,
dat
die
Indien
waar
is,
wat de geachte
ovens drie weken moeten afkoelen,
kunnen geledigd worden, en
dat ze
dan geheel afgekoeld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's