Parlementaire redevoeringen - pagina 636
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
634
eens verhaald, hoe ik in Chicago werklieden terugvond uit Amsterdam, thans driemaal zooveel verdienden als vroeger in Amsterdam; dat waren kerels geworden, omdat zij eene geheel andere levenswijze hadden. al
die
Daarom ben vaardigde
voor den moesson van
ik
vreest,
niet
verstandige lieden,
de
zoo bang.
reactie, dien
de geachte afge-
meer aan
het oordeel van
Ik hecht
en meen, dat wel geen
domme
dingen zullen
worden gedaan. Maar de geachte afgevaardigde moet nu dan ook geen woorden spreken, waarop men zich later zal gaan beroepen; ik vrees, dat hij daardoor den moesson, dien hij vreest, juist zal aanwakkeren, al zal men naderhand dan ook gaan zeggen, dat de heer Bos daarvoor Ik heb ook dikwijls woorden gesproken, reeds heeft gewaarschuwd. waarvan ik naderhand spijt had, niet omdat ik meende, dat die woorden verkeerd waren geweest, maar omdat men er misbruik van had gemaakt.
Op
grond
ouder
van
dan
de
die
met
voorzichtig
ervaring ben
uw
ik
afgevaardigde
geachte
woorden,
want
zoo
—
vrij,
—
hem
,
men kan
ik
ben eenige jaren
zeggen: wees toch
te
er naderhand misbruik
van maken.
De
hoofdvraag, namelijk of
hij
adviseurs kende, die oordeel konden
vellen over hen, die tot dusver advies
of
zij
hadden gegeven, en konden zeggen, is onbe-
overvroegen voor het gebouw voor de werktuigkunde,
antwoord gebleven. De geachte afgevaardigde heeft gezegd, dat hij dit niet kon zeggen; dat moest de Minister zelf weten. Maar daar zit juist de moeilijkheid; want men zou aan tweede-klasse-adviseurs moeten gaan vragen, het werk
men
te
beoordeelen van de eerste-klasse-personen, die
Bovendien, wat zegt dan nog het verschil van gevoelen? Blijkt het ook niet vaak in deze Kamer, hoe de knapste mannen, specialiteiten en experts op hun gebied, met elkander verschillen? Blijkt zelfs niet, dat, hoe bekwamer zij zijn, zij des te meer heeft
geneigd
De
en dat
;
zijn
tot
is
moeilijk.
divergeeren?
zaak van de schoolbibliotheken kan ik nog
niet toegeven.
achte afgevaardigde, de heer Bos, heeft gezegd, dat stap ziet, en dat hij
Dit
zal.
is
studiën
niet
met die phantasie
niet is
punt
ziet,
waarop
is
niet
ondergegaan. in te
laten,
blijf
ik
handhaven en zal
—
,
De opmerking van den
alleen
ik acht het mijn plicht,
in bibliotheken,
heer Ter Laan
in zijn
Ik heb mij evenwel natuur-
maar
zoo dikwijls ik klachten
anderen over wat voorkomt
ge-
die stap ons leiden
met de daad,
een eerste stap, maar eene daad, die afgeloopen
ook kwijten
De
hierin een eersten
een teeken, dat de phantasie van dien geachten spreker
wiskundige lijk
ook den geheelen weg
hij
—
die
Mijn stand-
waarvan ik mij van ouders of
zal krijgen
haar juistheid is
is.
te
onderzoeken.
niet zeer vleiend
voor
mij,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's