Parlementaire redevoeringen - pagina 568
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
,
ZITTING 1903—1904.
566
dering den meesten indruk
heeft
gemaakt en de
leiders
opheffing van de uitgeschreven staking heeft genoopt.
reden
lijke
geweest, dan wel of de leiders reeds
is
te
tot
de weder-
Of
dit de werkevoren begrepen,
dat de staking toch mislukken zou, laat ik onbeslist. In elk geval
hebben
de strafwetten wel degelijk gewerkt op de aanneming van het voorstel opheffing van de staking door de massa.
tot
In de
tweede plaats
beweerd, — en
is
door den geachten afgevaardigde
wel op eene
uit
Groningen
wijze, die natuurlijk een verwijt inhield
voor het Kabinet de
—
van de stembus de hoogste zaak was. De verklaring werd daarbij gevoegd, dat hij en zijn vrienden in deze deugdzamer waren dan degenen, tot wie hij het woord scheen,
het
dat
voerde. Hij en niets;
zij
alsof
zijn
waren,
ja,
vrienden wisten van deze kleine opvatting van zaken
ook menschen, maar
vraag, die hun doen beheerschte. niet gezegd, dat wij
arbeiders
zijn
uitslag
het
was
allerminst de stembus-
Onzerzijds, Mijnheer de Voorzitter,
is
krachtens onze Christelijke beginselen voor de rustige
opgekomen,
ten
einde hen
bij
de stembus voor ons
winnen. Ik vroeg den geachten afgevaardigde, of zijn tactiek
te
tot bestrijding
van de sociaal-democratie doel trof en de lieden werkelijk van de sociaaldemocraten afhield en aftrok, en alleen ten bewijze, dat dit niet het geval was, wees ik er op, dat steeds
democraten bleken over
Op
te
meer volgelingen naar de
sociaal-
loopen.
hetgeen de geachte afgevaardigde omtrent het kiesrechtvraagstuk
dunkt het mij niet noodig, nader terug te komen. nogmaals een enkel woord te worden gezegd naar aanleiding van de door den geachten afgevaardigde besproken passage over het kiesrecht, die in de Memorie van Antwoord voorkomt. Er werd
in het
Wel
algemeen
echter
niet in het
hoe
zeide,
dient
Voorloopig Verslag aan
ik dacht
Voorloopig
mij, d.
i.
aan
dr.
Kuyper, gevraagd,
over het kiesrecht, maar er werd aan de Regeering Verslag eene vraag gesteld,
die
moest dienen
om
in het
haar
te
te spreken. Er werd wanneer men maar algemeen kiesrecht invoerde, een frisscher geest in de Kamer zou komen. En daarop had niet ik persoonlijk, maar had de Regeering te antwoorden. Het sprak van zelf, dat zij bij het optreden van dit Kabinet zich daarover zou uitlaten. Dit is dan ook geschied, en duidelijk werd toen gezegd, dat de zaak van het kiesrecht door dit Kabinet in deze vierjarige periode niet aan de orde zou worden gesteld. Elke poging, van de zijde der Kamer aangewend, om de Regeering op dit besluit te doen terugkomen, zelfs het indienen van desbetreffende voorstellen, kon daaraan niets veranderen; dat standpunt werd gehandhaafd. Daarover valt alzoo onzerzijds niets meer te spreken. Er was echter één punt in de vraag, waaromtrent
nopen, zich over het kiesrecht nader
beweerd,
dat,
n.1. in
dat stuk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's