Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 205

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 205

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

usus

2.

i. ógyavixóg,

denkend

Hfst. III. § 74.

waaronder

subject over het

JOIIANX GERHARD.

verstaat, dat

hij

denken

197

de philosophie het

en de begrippen van het

zelf

denken onderrichten moet. Immers de organische wereld van ons denken kan formeel alleen uit dat denken zelf, d. i. uit de philosogekend;

phie

2

of

philosophie,

.

waaronder hij verstaat, dat de gezegd eigen waarneming, ons in moet

xaTctaxivaaTtxóg,

beter

lichten over hetgeen in ons menschelijk

om

wezen gevonden wordt,

ons met de religie en de heilige dingen in verband te doen

treden; en 3

.

of als middel van verweer,

avccoxevccOTittóg

geen tegen de waarheid overstaat,

in zijn innerlijke

om het-

onhoudbaar-

heid ten toon te stellen door logische analyse (Meth. Studii Theol. publ. praelect. exposita. ed.

1679.

p 87

v.).

Doch hiermede

is

haar

kon men aan de ratio argumenten ontleenen, die de waarheid staafden, dan behoort men zich hiervan nochtans te onthouden, daar wat van zichzelf waar is, geen gebruik dan ook uitgeput, en

men de

nadere staving behoeft; en

de waarheid kan

voor

al

oproepen,

philosophie niet als getuige

zonder haar een ander maal

recht te geven als getuige legen de waarheid op te treden.

Welbewust keurt de Theologie en de

hij

daarom de grenzen,

philosophie trok, af,

die Alsted tusschen

en veroordeelt het stand-

107). Al is het toch, zoo Gods gedachten geen tegenspraak denkbaar zij, toch is Gods denken daarom nog niet aan de logische wet van ons menschelijk denken gebonden, en het kan daarom zeer wel zijn, dat in eenzelfde dogma twee elementen

punt der latere Gereformeerden concludeert

hij,

(ib.

p.

dat er op zichzelf in

geponeerd worden, die voor ons besef onvereenigbaar

Wel wordt

zal

zoodanig nimmer door philosophisch

als

,,Lumen naturae non ficit

is

waarom en nog

Gerhard aan de

hij

hij

is

autoriteit der

H.

Schrift alles gelegen,

Dogmatiek

niet

van den locus de Deo

oordeelt, dat de

S. Scriptura

toe, dat

licht bestraald.

lumen gratiae, sed lumen gratiae pervan hoogere orde (ib. p. 109). Uit dien

veel minder van den locus de Ecclesia

den locus de stemt

2).

perficit

lumen Naturae". Het

hoofde

1 1

omgekeerd de philosophie het bewijs der natuur ze voor afdoling behoed blijven, maar de Theologie

heeft

noodig,

zijn (ib. p.

God

moet uitgaan, maar

op den voorgrond moet plaatsen want wel ;

het ,,principium essendi''

is ,,sed in discipli-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 205

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's