Parlementaire redevoeringen - pagina 408
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
406 Regeering
de wet, waarbij bepaald wordt, dat de lichtingen onder de
is
wapenen zullen blijven, terwijl ze reeds naar huis zijn gezonden, in met de waarheid. Een eerste eisch is toch wel, dat er waarheid in onze wetten; en daarom meende de Regeering, dat, waar eene zij dergelijke formule, in strijd met de realiteit, in het ontwerp voorkomt, niet van de Kamer mocht verwacht worden, dat zij er toe zou overgaan, zulke formules te aanvaarden. Evenmin kan de Regeering zich een oogenblik op het standpunt stellen, dat het wetsontwerp, al ging de Kamer er toe over, de daarin voorkomende formule, die onwaar en met de realiteit in strijd is, goed te keuren, ter bekrachtiging aan de Kroon kan worden voorgelegd. Met zulk eene overtuiging kon de Regeering er geen oogenblik aan denken, eenerzijds, dat de uitdrukking „staking" ooit zou worden opgevat strijd
in
den zin van algeheel nederleggen van den arbeid, en anderzijds, dat
de
Kamer zoo
Op
brengen.
zou
gaan van het wetsontwerp
grond meende
zij
te
mogen
Staten-Generaal in de gelegenheid
heid de
hun rechten spreken. het
ver
dien
kort
te
Zij,
te
stellen,
doen, hun oordeel over
dit
de Regeering, wilde afwachten, of de
om
zou nemen
initiatief
te
de behandeling
in
besluiten,
stemming te met kiesch-
om
juist
wetsontwerp
Kamer
te stuiten, d.
zelf
w.
aan
niet
z.
uit
te
daarna te
ver-
dagen; en, wanneer die verdaging was ingetreden, dan zou daarmede de
wenk
gegeven
zijn
aan
de
Regeering,
wetsontwerp
het
in
te
Wanneer evenwel de Kamer, gelijk door eene zoo bevoegde op parlementair gebied als de heer Mees is geschied, zegt, dat het hier een moeilijk geval geldt, daar de woorden der wet metterdaad onwaar zijn, doch er dan op laat volgen, dat men die kleine leugen zich moet getroosten, met het motief, dat het beter is, dat niet iets ongedekt blijft, wat volgens den eisch van art. 110 der Militiewet moet worden gedekt, dan wordt, ter verdediging van dit gevoelen, daarbij gewezen op de onmogelijkheid, waarin de Eerste Kamer zou komen, zich over deze zaak uit te spreken, omdat het wetsontwerp toch hier
trekken.
autoriteit
moet aangenomen zijn om die Kamer te kunnen bereiken. Dit argument kan echter mijns inziens niet zwaar wegen. De geachte spreker
eerst
zal
mij
toegeven, dat, indien
toch
dit
opging, de
Tweede Kamer haar
houding moest laten bepalen door de overweging, dat
Kamer
niet
de behandeling van een wetsontwerp
mag
zij
aan de Eerste
afsnijden.
En
hieruit
dan moeten volgen, dat geen wetsontwerp hier mocht afgestemd worden. Geeft hij daarentegen toe, dat de Tweede Kamer het volste
zou
recht alle
heeft
om,
discussie
als zij
voor
de
zich niet
Eerste
met het wetsontwerp kan vereenigen, Kamer af te snijden, dan is daarmede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's