Parlementaire redevoeringen - pagina 646
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904
644 dat,
niet,
van
f
men
als
8.000.000
's
jaars
brengen op 25,
wil
dit getal
is
uitgaaf-
wij
moeten geen
stellen.
In de zevende plaats
en
eene meerdere
komen, maar
heid ernaar streven, iets verder vooruit te
onmogelijke eischen
dit
zou vorderen. In deze moeten wij met bezonnen-
is
gesproken over schoolhoofden en onderwijzers
gevraagd, of de verhouding tusschen die twee categorieën geheel in
den haak was. Het komt mij voor, dat wij op dit oogenblik niet te vragen hebben, wat men later in de wet zal hebben te schrijven. Ik wil aannemen, dat de tegenwoordige, streng monarchale, inrichting mis-
meer republikeinsche
schien van lieverlede door eene
maar daar behoef
vervangen,
ik
zal
moeten worden
mij thans niet over uit te laten.
Ik
rekenen met wat bestaat, jure condito, hoe het staat in En als ik dan de wet opsla, kan ik niet anders zien, dan dat de wet. van medezeggenschap van de onderwijzers van bijstand in de leiding, in den gang van de lagere school nergens gesproken is en dat elke heb alleen
invloed,
te
daarop zou worden geoefend,
die
niet
anders dan vrijwillig
door het hoofd kan worden geaccepteerd.
Wij hebben vroeger gehad hoofdonderwijzers, maar in 1878 heeft men daarvoor in de plaats gekregen den administratieven naam van „school„Aan het hoofd van elke school is een onderwijzer geplaatst." hoofd". In dien
overgang van „hoofdonderwijzer"
in
„hoofd van de school"
eene verscherping van het monarchale denkbeeld, en dat bedoeld
is,
wijzers,
die
bijstand.
blijkt
Zij zijn
zelfstandige
daaruit,
dat
die
andere onderwijzers
die een eigen stand hebben,
staan,
dus
mannen,
„De
iets,
wat
die pari
bij
dit
ligt
inderdaad zoo
niet zijn
onder-
maar onderwijzers van
het hoofd bijkomt, en volstrekt niet
passu naast
het hoofd geplaatst
worden.
van de schooltijden en van de vacantiën, de vaststelling van het leerplan en van de bij het onderwijs te gebruiken boeken en de verdeeling der school in klassen geschieden door het hoofd der school." Het hoofd der school is alleen rekenschap schuldig aan Art.
21
zegt:
regeling
burgemeester en wethouders en aan het schooltoezicht, en wanneer burgemeester en wethouders en het schooltoezicht het niet eens de gelukkige, die het verschil
tijdelijk
wel sprake van schoolvergaderingen kent;
kan ;
de vergadering, daar bedoeld,
hoofden
uitwijzen. In art. 21
zijn, is
ben ik
intusschen
de eenige vergadering, die de wet is
die
van verschillende school-
wanneer de verschillende leerplannen voor de lagere scholen moeten worden vastgesteld. Er is niets tegen, dat ook van de onderwijzerstalenten voor de richtige opvatting van het leerplan, de methode van het onderwijs enz., gebruik wordt gemaakt. Ik zou, wanneer ik zelf de eer had, hoofd van eene lagere school te in
eenzelfde
gemeente,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's