Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 252
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
244
Hfst. III. § 83. CLARISSE.
-
reeds
gelijk
richting,
2
in
werd opgemerkt, nog geheel
§ 78
de vóór-Schleiermacheriaansche periode clopaedie
elk
niet
spoor
te
XI
welke Encyclopaedie
toch,
onder de ouderen aanbeveelt, antwoordt
Commilitones
quaeritis,
„Haec
hij:
!
Everardus Scheidius, Vos ablegabo" hij zelf,
si
ex
me
ad Scriptiunculas Virorum Doctorum,
quas uno cum Gausseni Dissertationibus volumine
Mursinna zegt
bij
hiervoor uit in zijne inleiding,
hij
XIX. Op de vraag
en
nauwst aan
zich het
sluit hij
Gaussen en Mursinna. Zelf komt
hij
Ency-
al valt in zijn
loochenen van inwerking der latere
Duitsche encyclopaedisten, toch
zie blz.
en
;
tot
XI).
(p.
En
collectas, edidit
ten aanzien van
dat zijn eigen Encyclopaedie ontstaan
is uit
aanvullingen op de Animadversiones in Samuelis Mursinnae com-
pendium, indertijd door Schacht
gelukkig toeval
zoo
addens",
his
in zijn
schrijft
Mursinnam commentari in ipsius opusculo,
tus
est,
hij
incepi
blz.
XXI, et,
si
marte,
Deze colleges gaf
hij
petita
primum quidem
„ipse
quae
temporis, quo conscrip-
vix emendabili, vel
meo tanquam
institui".
gebracht en door een
dein, perspectis nonnullis,
;
doctissimo Heet
rationem habeas,
viderentur,
rari
habere
in schrift
handen gekomen. „Quaedam aliunde
tarnen deside-
sic
Scholas
Encyclopaedicas
achtereenvolgens
te
Har-
derwijk, aan de Illustre school te Rotterdam en aan de Leidsche
Academie,
en
gekomen, die licht
uit
in
deze colleges
1832
zag onder den
(i
e
titel:
is
de lijvige octavoband voort-
ed. 1835) te
Leiden
Luchtmans het
bij
Encyclopaediae theologicae epikmie.perpetua
annotatione Literaria potissimum, illustrata ; futuris theologis scripsit ,
Joannes Clarisse, ruim 800
blz. groot.
Reeds
uit
dezen
titel blijkt,
dat van een eigenlijke Encyclopaedie, in den organischen zin van
woord,
het
bij
Clarisse
nog geen sprake
is.
Blijkbaar bleef
hij
voor de latere ontwikkeling der Encyclopaedie onaandoenlijk, en al
schreef
de
i8 de
niets
nog
hij
eeuw
tegen het midden der ig de eeuw, thuis.
Zijn
hij
hoort
dusgenaamde Encyclopaedie
is
nog
in
dan ook
anders dan een Methodologie of een soort ratio studiorum, altoos
in
den trant van Voetius'
Bibliotheca.
Al noemt
hij
dan ook de Encyclopaedia Theologica een afzonderlijke doctrinae Theologicae pars, hij omschrijft ze zelf als Methodologia sive Isagoge
in
Theologicam
disciplinair),
en zegt er van: „in eo tota
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's