Parlementaire redevoeringen - pagina 226
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
;
ZITTING 1902—1903.
224
worden voorgesteld, reeds in de Troonrede van dit zittingjaar, van verre niet te denken viel. Waarom dit had moeten nopen, voorshands van elke poging tot vrijmaking ook van het middelbaar en
wat
zal
hooger onderwijs af te zien, is en valt op zich zelf
toegelicht
van
deelen
niets
was
onderwijs
het
bijzondere
enkele
aan
in het
Voorloopig Verslag
tot
gymnasia
dusver,
niet
nader
Voor deze gewichtige
niet in te zien.
met uitzondering van het
toegekende diplomeeringsrecht, nog
gedaan; van aanzienlijke geldelijke offers
hierbij
is
geen sprake;
niet in aanraking; en met de gemeente-financiën komt men de maatregelen, voor het lager onderwijs te nemen, als zeer ingewikkeld van aard, veel langere overweging en voorbereiding vorderden, scheen het raadzaam, datgene, wat nu reeds voor afdoening vatbaar
hierbij
juist wijl
Hetzelfde geldt van het in de orde te stellen. tot verzekering wetsontwerp van pensioen aan de gereedheid gekomen weduwen en weezen van openbare en bijzondere onderwijzers, alsmede van de bijzondere onderwijzers zelve. Dit wetsontwerp op te houden
aan
onverwijld
was,
de inwerkingtreding van bovenbedoelde wettelijke regeling van
tot
na
de
Rijksuitkeering der
of
ook
van
geweest.
voorzichtig
openbare
der
minimum-salarissen en wettelijke verhoogingen,
de invoering der finale oplossing, ware noch Niet
billijk
onderwijzers,
evenmin voorzichtig,
tegenover de
billijk,
noch
weduwen en weezen
voor wie geen reden
tot
uitstel
bestond
van behandeling tot in het derde jaar eener legislatieve periode, waarin de Kamer gewoonlijk met arbeid overladen is, de kans op afdoening allicht zou verminderd hebben. Hoewel de besturen der bijzondere scholen de premiën der bijzondere en
overmits
uitstel
op hun bijdragen zullen gekort zien, mag worden onderdeze aanvankelijk niet van te lage traktementen zullen en dat de hoogere som van drie kwart millioen, die deze
onderwijzers steld,
dat
zij
aftrekken,
ontvangen
zullen, hen zeer wel in staat zal stellen, deze hooge mindering in bijdrage tijdelijk te lijden. En mocht dit onverhoopt niet het geval zijn, dan ware nog altoos te overwegen, of in bedoeld wetsontwerp de toepassing op de bijzondere onderwijzers niet op lateren termijn kon worden gesteld evenwel zou de Regeering dit, met het oog op de weduwen en weezen, die hiervan het slachtoffer zouden worden, ten zeerste betreuren. Voor de krachtige, degelijke en zaakrijke verdediging van het beleid der Regeering, blijkens blz. 5 8 van het Voorloopig Verslag, door hen
besturen
dit jaar
betrekkelijk
niet
;
—
gevoerd, in wier sympathie het Kabinet zich verheugen mag, betuigt het mits
deze
zijn
oprechten dank. Deze verdediging was over het geheel
genomen zoo afdoende,
dat een oogenblik zelfs
overwogen kon worden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's