Parlementaire redevoeringen - pagina 281
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
KRANKZINNIGENWEZEN.
279
van rekening afhangt van de verklaring van den geneesheer. Het is, inspecteurs boven den geneesheer te stellen. Wanneer
slot
eenige middel
nu de
Regeering
die
inspecteurs gehoord heeft, moet
Kamer niet komen met meen het voor die ambtenaren
het gezegde:
opnemen. Als genwezen op
zegt, dat
hij
beslist
uw
men
hier in de
inspecteurs zijn partijdig.
tegen den heer Schaper
te
Ik
moeten
de bestaande inspecteurs van het krankzinni-
hun rapport hebben gedaan wat zij konden, dekken met hun schild, en dat zij anderzijds alles gedaan hebben om de ingebrachte klachten te verdonkeremanen, dan berust dat op onwaarheid. Ik ken de beide inspecteurs van het krankzinnigenwezen te goed, om niet hier openlijk te getuigen, dat het zijn ernstige mannen, die niets minder, maar eerder meer dan de heer Schaper bezield zijn met den ernstigen wil om het kwaad, dat alsnog in ons krankzinnigenwezen schuilt, te stuiten. De heer Schaper mag echter niet uit het oog verliezen, dat men metterdaad, zoodra men met krankzinnigen te doen heeft, staat voor eene bijna onoplosbare moeilijkheid. De heer De Klerk wees zooeven op het geval van een man, te Delft opgenomen, van wien gebleken zou zijn, dat hij niet krankzinnig was. De heer De Klerk was naar hem toegegaan en had met hem gesproken, maar voor zoover hij kon beoor-
om
partijdige wijze in
het gesticht te Zutfen als zoodanig te
deelen, haperde aan dien
man
niets.
Ik heb echter reeds
tal
zinnigengestichten aandachtig onderzocht, en heb niet enkele,
mannen en vrouwen niets
kon merken.
gezien, aan wie
Zij
redeneeren,
bemoeien
zonder
uit
dat
iets
zijn
zich
men
bij
politiek
maar dozijnen
oppervlakkige beschouwing
aan gewonen arbeid bezig;
met
van krank-
en
zij
lezen, schrijven,
onderhouden
van eenige krankzinnigheid
blijkt.
zich
Maar
met
u,
plotseling
komen, waardoor de krankzinnigheid voor den dag komt en waaruit ook de heer De Klerk haar duidelijk zou kunnen waarnemen. De heer Schaper zeide nog, dat de vader van Meltster er over geklaagd had, dat, toen zijn zoon bij zijn heengaan zeide: vader, denk er nog eens over, hij dadelijk min of meer hardhandig werd aange-
kan
iets
grepen,
Zulk
terwijl
een
daarvoor
sustenu
gaat
niet niet
de minste aanleiding of oorzaak bestond. op.
Men
kent
dergelijke patiƫnten, die
uit een normalen toestand overgaan in een abnormalen en dan moet men dadelijk bij de hand zijn. Den inspecteurs van het krankzinnigenwezen is het wel voorgekomen, dat zij, rondgaande, plotseling werden aangevallen door iemand, met wien ze pas nog gesproken hadden. Wanneer ik een gesticht bezocht, gaf de directeur mij steeds iemand
plotsehng
mede. Vertrouw ze geen oogenblik, zeide met u, maar een poosje later slaan ze u.
hij,
nu
zijn
ze wel en spreken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's