Parlementaire redevoeringen - pagina 343
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
INTERPELLATIËN-MEES EN TROELSTRA.
341
we toen 's avonds een telegram, afgezonden Amsterdam, om 4,45 uur, waarbij de directie van de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij een onderhoud verzocht met den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, eene depêche, kort daarop gevolgd door een tweede telegram, inhoudende, dat, in strijd met de verwachtingen, de staking zich toch tot het personenvervoer had
dien stand van zaken kregen uit
en
uitgebreid,
Zaterdag
op
Zaterdag,
is
daardoor
het
dat
audiëntie
de
Den
komen.
te
directie
31 sten
's
eene andere wijze toch meenden
te
onmogelijk
was,
morgens, op dien
de heeren op kunnen komen en dus toch de reeds
bericht ontvangen,
telegraphisch
toen
voor
dat
audiëntie verlangden, en dat zij zich zouden aanmelden aan Departement van Waterstaat, ik meen te 2.15 uur. Dit liep tegen. Den gcheekn morgen was de Minister van Waterstaat in de Eerste Kamer voor de verdediging van zijn begrooting, en eerst nadat die vergadering was afgeloopen, kon er Ministerraad worden gehouden om te overleggen, welke de houding zou zijn, die de Regeering had aan
afgezegde het
te
nemen.
Dit
liet
bespreking, want
den aard der zaak geen
uit
niet
vóór
1
tot
tijd
breedvoerige
uur kon de Ministerraad bijeenkomen,
wegens de vergadering van de Eerste Kamer. Wel is deze iets vroeger dan 1 uur uiteengegaan, maar dit hielp niet, want de Ministerraad moest vooruit op een bepaald uur saamgeroepen worden, en daarbij kon niet anders gerekend worden dan met het uur, waarop gewoonlijk de Eerste Kamer haar morgenzitting sluit, en dat is 1 uur. We hadden dus knap één uur tijd om geheel de zaak door te denken. De Regeering heeft toen dit standpunt., ingenomen, dat er op dat eigen oogenblik geen sprake kon en mocht zijn van een onmiddellijk ingrijpen van haar zijde te Amsterdam. Zoodanig onmiddellijk ingrijpen van de Regeering zou toch geen ander gevolg kunnen hebben, dan dat zij op dat oogenblik voor den Rijksdienst het materiaal moest vorderen
om
door
vervoer te doen plaats hebben. En dat kon de Regeering op dat oogenblik niet ondernemen, daar En staat was,op het materieel personeel aan te brengen.
den
mocht en
Rijksdienst
zij
niet
ik
voeg er ook
niet
in
alleen
nu
bij,
het
gelijk in
de declaratie
is
gezegd, dat wij dat
maar ook niet mochten doen, omdat de mocht blootstellen aan de ernstige gevaren, die
konden,
niet
Regeering het land
niet
en onvoorbereid optreden zouden voortvloeien, gelijk onder het geval was, zooals de heeren weten, bij de groote Ameri-
uit te snel
andere
Pittsburg en te Chicago, waar
kaansche stakingen
te
bereid optreden
zoo groote désasters heeft
Regeering
dit
tot
standpunt
ingenomen,
dat
juist
geleid.
onmiddellijk
zulk onvoor-
Verder
heeft de
moest gezorgd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's