Parlementaire redevoeringen - pagina 128
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
126
moeten gesteld worden, dan
zullen
— 1902.
is niet
incidenteel beslist deze quaestie,
maar wel eene quaestie ad hoc van eene bepaalde wet. De heer Tydeman is teruggekomen op zijn vraag, of het toekennen van subsidie aan de bijzondere gymnasia al dan niet in strijd is met de oeconomie van de tegenwoordige wet op het hooger onderwijs. Hoe de linkerzijde hierover denkt, weet ik en mijn ambtsvoorganger heeft medegedat
deeld,
Wel
een
hem
van
daaromtrent
voorstel
geachte afgevaardigde, dat aan de
zegt de
niet artt.
wachten was.
te
103 en 104 alleen
Maar dan vraag ik, of, wanneer bestaan werd toegekend. een 3 '/o pcts-stuk converteer in een 3 pcts-stuk, het dan geen stuk
historisch ik
meer is? De Kerk vroeger
quaestie
haar leeraars opgeleid.
men
heeft
vergoeding
nieuwe
Ten Ik
is
de
uitzicht
De wet van 1876 gesteld.
Of
bracht daarin wijziging; en
Hervormde Kerk daarvoor eene
dit
weet ik
faculteit tot dit doel,
werden
theologische faculteit bezat; daar
toen aan de Nederlandsch in
Hervormde
toch deze, dat de Nederlandsche
traditioneel
zou
zijn
van eene
het oprichten
niet.
de quaestie van het jus promovendi van de 7 gymnasia.
slotte
kan den heeren mededeelen, dat
zij
gerust
eene aanvrage van een gymnasium aanhangig de gemeente
Kampen.
vanzelf eene
beslissing
Na in
afloop
kunnen is,
daar reeds
zijn,
namelijk van dat van
van het onderzoek daaromtrent
deze moeten genomen worden.
zal
Ik ben het
met den heer Heemskerk volkomen eens, dat hetgeen in de correspondentie voorgevallen is tusschen mijn ambtsvoorganger en de besturen van deze 7 gymnasia, de Kroon niet bindt. Die gymnasia ontleenen daaraan het recht, voor zeker aantal jaren in het bezit te blijven van het „jus promovendi". Gesteld eens, dat de verkiezingen anders waren uitgevallen en de overzijde aan de Regeering gebleven was, en dat deze aan de
trekken, dan had
Kroon voorgesteld zij
had, het Koninklijk Besluit
het recht gehad, dit te doen.
weer
in te
Dat de Minister, volgens
de bewering van den heer Heemskerk, verkeerd gehandeld zou hebben,
door
zulk
eene
correspondentie aan
Men mag
toegeven.
toch
niet
te
knoopen, zou
neemt,
tenzij
het
gecontrasigneerd
dat
voor
zijn
contraseign verantwoordelijk
hij
bedoeling van iets
toe
behoort
te
eenig
staan
in die
Minister zich
de
brief,
door den bewindsman, die weet, is.
Het kan
niet in
de
Minister liggen, aan die gymnasia den eenen dag
om
het
den volgenden weder terug
tot
te
bestaan.
te
trekken; er
Daarom
de besturen dier gymnasia, zeggende
kunnen contrasigneeren moet slaat
is
dingen zekere continuïteit
gewend
gaarne
niet
ik
vergeten, dat de Koningin geen besluit
ik als Minister
gewaarborgd
zijn,
dien ik voor mij heb en waarin te lezen staat:
heeft de :
om
te
en daarop „Ik heb
I
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's